Pesten melden op school
Hulp vragen voor jezelf of voor een ander
Word jij gepest of zie je dat iemand anders wordt gepest? Blijf er niet alleen mee rondlopen. Vertel het aan je juf, meester, mentor, vertrouwenspersoon, aanspreekpunt pesten of een andere persoon die je vertrouwt.
Pesten melden is een manier om hulp te vragen. Dat kan moeilijk voelen. Misschien ben je bang dat anderen ontdekken wat je hebt verteld, dat het pesten erger wordt of dat er niets met je melding gebeurt.
Daarom is het belangrijk dat je weet bij wie je terechtkunt, welke vragen je vooraf mag stellen en wat er na een melding gebeurt.
Ben jij of is iemand anders op dit moment niet veilig? Wacht dan niet. Ga direct naar een vertrouwde volwassene. Bel bij acuut gevaar 112.
Pesten melden: zo kun je beginnen
1. Kies iemand die je vertrouwt
Dat kan iemand op school zijn, maar ook iemand daarbuiten. Kies iemand bij wie jij je veilig genoeg voelt om te beginnen.
2. Vertel eerst wat je nodig hebt
Je hoeft niet meteen je hele verhaal te vertellen. Je kunt bijvoorbeeld beginnen met:
‘Ik wil iets vertellen, maar ik wil eerst weten wat jij daarna met mijn verhaal gaat doen.’
Of:
- ‘Er gebeurt iets waardoor ik mij niet veilig voel.’
- ‘Ik maak mij zorgen om iemand in mijn klas.’
- ‘Ik vind het moeilijk om dit te vertellen.’
- ‘Wil je eerst alleen naar mij luisteren?’
- ‘Wil je met mij meegaan naar iemand die kan helpen?’
3. Stel vooraf je vragen
Je mag eerst vragen wat er met jouw verhaal gebeurt.
Bijvoorbeeld:
- Houd je dit voor jezelf?
- Met wie moet je dit misschien bespreken?
- Vertel je het mij voordat je iemand anders inschakelt?
- Wordt mijn naam genoemd?
- Kan ik iets vertellen zonder direct mijn naam te noemen?
- Wordt degene die pest meteen aangesproken?
- Wat doen jullie als het pesten daarna erger wordt?
- Wanneer hoor ik wat er met mijn melding is gedaan?
Iemand kan niet altijd beloven dat alles geheim blijft. Wanneer jij of iemand anders niet veilig is, kan het nodig zijn om hulp in te schakelen. De persoon aan wie je iets vertelt, moet wel zo duidelijk mogelijk uitleggen wat er gaat gebeuren.
4. Vertel wat er gebeurt
Vertel wat jij zelf hebt meegemaakt of gezien. Je hoeft niet alles precies te kunnen bewijzen en je hoeft ook niet zelf te bepalen of iets officieel pesten is.
5. Maak samen een afspraak over de volgende stap
Bespreek:
- wie er iets gaat doen;
- wie jouw verhaal te horen krijgt;
- wanneer dat gebeurt;
- hoe er rekening wordt gehouden met jouw veiligheid;
- wanneer jullie opnieuw met elkaar praten.
6. Blijf vertellen als het niet stopt
Gaat het pesten door? Wordt het erger of voel je je niet gehoord? Ga dan opnieuw naar dezelfde persoon of vertel het aan iemand anders.
Een melding is pas goed opgevolgd wanneer er ook wordt gecontroleerd of het pesten werkelijk is gestopt en jij je weer veiliger voelt.
Wat kun je bij een melding vertellen?
Vertel zo goed mogelijk:
- wat er is gebeurd;
- waar en wanneer het gebeurde;
- of het vaker voorkomt;
- wie erbij waren of het hebben gezien;
- wat er online is gebeurd;
- wat het gedrag met jou of de ander doet;
- of jij of iemand anders bang is;
- of je je op dit moment veilig voelt;
- wat je hoopt dat er nu gebeurt.
Bij online pesten kunnen berichten, foto’s, schermafbeeldingen, gebruikersnamen en datums helpen om te laten zien wat er is gebeurd. Bewaar dit materiaal, maar stuur kwetsende beelden of berichten niet onnodig door.
Je hoeft niet eerst een volledig dossier te verzamelen voordat je om hulp mag vragen. Ook bij twijfel kun je vertellen wat je hebt gezien of meegemaakt.
Bij wie kun je pesten melden?
Je kunt bijvoorbeeld terecht bij:
- je juf of meester;
- je mentor;
- het aanspreekpunt pesten;
- de anti-pestcoördinator;
- de vertrouwenspersoon;
- de intern begeleider;
- de zorgcoördinator of zorgleerkracht;
- een CLB-medewerker;
- een ouder of verzorger;
- een vriend of vriendin;
- je opa, oma of een ander familielid;
- een trainer of begeleider;
- een andere volwassene die je vertrouwt.
Een vriend, vriendin of familielid kan naar je luisteren en met je meegaan. Voor maatregelen op school zal uiteindelijk meestal ook iemand van school moeten worden betrokken.
Kan pesten anoniem worden gemeld?
Sommige scholen bieden een meldkaart, meldbox, e-mailadres of digitaal meldpunt aan. Daarmee kan een leerling soms zonder naam een eerste signaal geven.
Een anonieme melding kan helpen wanneer rechtstreeks vertellen nog te moeilijk of onveilig voelt. Tegelijkertijd kan een melding zonder naam moeilijker te onderzoeken zijn. De school kan dan bijvoorbeeld geen aanvullende vragen stellen of persoonlijk terugkoppelen wat er is gedaan.
Vraag daarom vooraf:
- Kan ik hier anoniem melden?
- Wie leest de melding?
- Hoe vaak wordt het meldpunt gecontroleerd?
- Wat doet de school met een melding zonder naam?
- Hoe kan ik later alsnog contact opnemen?
Een anoniem meldpunt moet altijd een aanvulling zijn op persoonlijk contact, niet de enige manier waarop leerlingen hulp kunnen vragen.
Wat gebeurt er nadat je pesten hebt gemeld?
Na een melding hoort eerst te worden geluisterd naar wat er is gebeurd en wat er nodig is om de situatie veilig te maken.
De school kan daarna:
- aanvullende vragen stellen;
- afzonderlijk met betrokken leerlingen praten;
- bekijken wat er binnen de groep gebeurt;
- afspraken maken;
- begeleiding of ondersteuning bieden;
- ouders of andere medewerkers betrekken;
- maatregelen nemen wanneer dat nodig is;
- controleren of het pesten werkelijk stopt.
Het eerste doel is dat het pestgedrag stopt en de veiligheid wordt hersteld.
De school kan niet altijd alles vertellen over gesprekken met of maatregelen rond andere leerlingen. Wel moet voor degene die de melding heeft gedaan duidelijk zijn wie aanspreekbaar blijft, wat de volgende stap is en wanneer er opnieuw contact komt.
Wat als er na je melding niets verandert?
Blijft het pesten doorgaan of voel je je niet gehoord? Vertel dan duidelijk dat de eerdere melding niet voldoende heeft geholpen.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen:
- ‘Ik heb dit al eerder gemeld, maar het gebeurt nog steeds.’
- ‘Sinds mijn melding voel ik mij juist minder veilig.’
- ‘Ik wil graag weten wat de volgende stap wordt.’
- ‘Ik wil dat iemand anders hierbij wordt betrokken.’
- ‘Wanneer praten we hier opnieuw over?’
Ga eventueel samen met een ouder, verzorger of andere vertrouwde persoon naar:
- je mentor of leerkracht;
- het aanspreekpunt pesten;
- de vertrouwenspersoon;
- de zorgcoördinator;
- de schoolleiding.
Blijf niet alleen rondlopen met een situatie die niet verbetert. Het is niet jouw verantwoordelijkheid om het pesten zelf op te lossen.
Als iemand jou vertelt dat die wordt gepest
Wanneer iemand jou in vertrouwen neemt, bepaalt jouw eerste reactie mede of diegene verder durft te vertellen.
Vermijd reacties als:
- ‘Waarom heb je niet eerder iets gezegd?’
- ‘Weet je zeker dat het pesten is?’
- ‘Je moet gewoon wat beter voor jezelf opkomen.’
- ‘Trek het je niet zo aan.’
- ‘Ik ga dit meteen oplossen.’
Goede eerste reacties zijn bijvoorbeeld:
- ‘Fijn dat je dit aan mij vertelt.’
- ‘Ik neem je serieus.’
- ‘Het is niet jouw schuld.’
- ‘Wil je eerst vertellen wat er is gebeurd, of wil je eerst weten wat ik met jouw verhaal ga doen?’
- ‘Wat heb je nu van mij nodig?’
- ‘Voel je je op dit moment veilig?’
- ‘Wie mag dit volgens jou weten?’
- ‘Ik zal eerlijk uitleggen wat ik wel en niet voor mezelf kan houden.’
- ‘We bespreken samen wat de volgende stap wordt.’
- ‘Ik blijf erbij betrokken en kom hier bij je op terug.’
Beloof niet automatisch dat je het verhaal tegen niemand zult vertellen. Wanneer iemand niet veilig is, moet er passende hulp worden ingeschakeld. Leg dit rustig uit en neem de ander zo veel mogelijk mee in de vervolgstappen.
Is pesten melden hetzelfde als klikken of snitchen?
Sommige leerlingen zijn bang dat anderen een melding klikken of snitchen noemen.
Toch hoef je een situatie waarin iemand wordt gekwetst of zich onveilig voelt niet geheim te houden. Je meldt pesten om hulp te krijgen voor jezelf of voor iemand anders.
Je hoeft degene die pest niet eerst zelf aan te spreken. Doe dat alleen wanneer het veilig voelt en jij dat zelf wilt. Hulp vragen bij een vertrouwde persoon is ook handelen.
Pesten melden als omstander
Bij pesten zijn vaak meer leerlingen betrokken dan alleen degene die pest en degene die wordt gepest. Omstanders kunnen het gedrag versterken door mee te lachen, aan te moedigen, berichten door te sturen of te doen alsof er niets gebeurt.
Omstanders kunnen ook helpen door:
- niet mee te doen;
- naast de ander te gaan staan;
- te vragen hoe het gaat;
- kwetsende berichten niet door te sturen;
- bewijs te bewaren;
- samen met de ander hulp te zoeken;
- een volwassene te vertellen wat zij hebben gezien;
- later te controleren hoe het met de ander gaat.
Je hoeft jezelf daarbij niet in gevaar te brengen en je hoeft een pestsituatie niet alleen op te lossen.
→ Lees meer over De kracht van omstanders
Pesten melden zichtbaar en laagdrempelig maken
Leerlingen moeten weten:
- waar zij pesten kunnen melden;
- bij wie zij terechtkunnen;
- wie een melding leest;
- wat er daarna gebeurt;
- wat wel en niet vertrouwelijk kan blijven;
- wanneer zij een reactie krijgen;
- wat zij kunnen doen als het pesten doorgaat.
Een zichtbaar meldpunt kan een extra mogelijkheid bieden wanneer rechtstreeks vertellen nog moeilijk voelt. Zo’n meldpunt vervangt het persoonlijke gesprek niet, maar kan wel helpen om de eerste stap naar hulp te zetten.
Lespakket ‘Meld pesten – verbreek de stilte’
Met het lespakket Meld pesten – verbreek de stilte kan een school een eigen herkenbaar meldpunt voor pesten inrichten.
Het pakket bevat:
- twee gedrukte A3-posters;
- digitale meldkaarten;
- een informatiebord voor bij de meldbox;
- een veiligheidslabel;
- uitleg en een stappenplan voor de aangewezen medewerker.
De school gebruikt hiervoor een eigen afsluitbare brievenbus, ideeënbox of andere geschikte meldbox.
→ Bekijk het Lespakket ‘Meld pesten - verbreek de stilte'
Het meldpunt is een aanvullende weg naar hulp. Is een leerling direct onveilig, dan mag deze nooit hoeven wachten totdat een meldbox wordt gecontroleerd.
Hoe kan een school de drempel om te melden verlagen?
Een meldpunt werkt alleen wanneer leerlingen erop kunnen vertrouwen dat hun melding zorgvuldig wordt behandeld.
Daarom is het belangrijk dat de school:
- een vaste medewerker en vervanger aanwijst;
- duidelijk maakt bij wie leerlingen terechtkunnen;
- uitlegt wat er na een melding gebeurt;
- geen volledige geheimhouding belooft wanneer veiligheid in gevaar is;
- meldingen op vaste momenten controleert;
- zorgvuldig omgaat met persoonlijke informatie;
- leerlingen betrekt bij mogelijke vervolgstappen;
- voorkomt dat de melder door de aanpak extra zichtbaar of kwetsbaar wordt;
- na maatregelen controleert of het pesten werkelijk is gestopt;
- opnieuw luistert wanneer een leerling aangeeft dat de situatie niet is verbeterd.
Posters, meldkaarten en een meldpunt helpen om de route zichtbaar te maken. Het vertrouwen ontstaat uiteindelijk door de manier waarop volwassenen luisteren, handelen en blijven volgen.
Veelgestelde vragen over pesten melden
Moet ik zeker weten dat het pesten is voordat ik iets vertel?
Nee. Je hoeft niet zelf te onderzoeken of officieel vast te stellen dat iemand wordt gepest. Ook wanneer je twijfelt, kun je vertellen wat je ziet, hoort of meemaakt.
Moet ik eerst met degene die pest gaan praten?
Nee. Je mag iemand aanspreken wanneer jij dat wilt en het veilig voelt, maar dat hoeft niet. Je kunt ook direct hulp vragen.
Mag ik eerst vragen wat er met mijn verhaal gebeurt?
Ja. Je mag vragen wie jouw verhaal te horen krijgt, welke stappen mogelijk zijn en hoe er rekening wordt gehouden met jouw veiligheid.
Kan iemand beloven dat mijn naam geheim blijft?
Niet altijd. Wanneer jij of iemand anders niet veilig is, kan het nodig zijn dat informatie wordt gedeeld met mensen die kunnen helpen. Vraag vooraf wie iets moet weten en hoe jij bij de vervolgstappen wordt betrokken.
Wat gebeurt er nadat ik pesten heb gemeld?
De persoon aan wie je het vertelt, hoort eerst naar je te luisteren en te bekijken wat nodig is voor de veiligheid. Daarna kunnen gesprekken, afspraken, begeleiding of maatregelen volgen. Er moet ook worden gecontroleerd of het pesten daadwerkelijk stopt.
Wat kan ik doen als ik niet word geloofd?
Vertel het opnieuw aan iemand anders die je vertrouwt. Schrijf eventueel op wat er gebeurt en wanneer het gebeurt. Vraag een ouder, verzorger, vriend of familielid om met je mee te gaan.
Kan ik pesten melden als ik alleen omstander ben?
Ja. Je hoeft niet zelf gepest te worden om je zorgen te mogen delen. Vertel zo feitelijk mogelijk wat je hebt gezien of gehoord.
Verder lezen
Pesten herkennen en begrijpen
→ Pesten op school
→ Wat is pesten?
→ Wat is het verschil tussen plagen, ruzie en pesten?
→ Signalen van pesten herkennen
Pesten voorkomen en aanpakken
→ Pestpreventie op school
→ Pesten aanpakken
→ De kracht van omstanders
→ De rol van leerlingen bij pesten
Aan de slag in de klas
→ Lesmateriaal & werkvormen tegen pesten
→ Gratis lesmateriaal over pesten
→ Activiteiten tegen pesten
→ De Week Tegen Pesten