Pesten op school

 

Bij pesten is het ene kind altijd sterker dan het andere. De ene heeft meer kracht, een grotere mond of meer invloed op de ander. De ene is dus altijd de winnaar, de andere altijd de verliezer. De verliezer kan zich op den duur niet meer goed verdedigen tegen al dat geweld van de winnaar.

Pesten is nooit goed bedoeld

Pesten is niet leuk voor degene die gepest wordt. Pesten kan op allerlei manieren: duwen, trekken, knijpen, slaan en/of stompen. Maar ook boekentassen verstoppen, een broodtrommel in de vuilnisbak gooien, tekeningen kapot maken, kwetsende dingen zeggen en/of schelden.

Ook bedreigen en geld afpersen, zijn manieren om iemand te pesten. Je kan dus iemand heel diep raken zonder diegene 'aan te raken'. Het kunnen heel kleine dingen zijn, die steeds weer opnieuw gebeuren. Cyberpestkoppen beledigen, misleiden of bedreigen via e-mail of internet. Zij verspreiden of misbruiken ongewenst jouw persoonlijke informatie.

Kinderen die gepest worden, hebben veel verdriet, je voelt je vaak heel ongelukkig. Je weet niet meer wat je wel of niet moet doen, wat je wel of juist niet moet zeggen. Je weet wel dat je er niet bij hoort en dat je machteloos staat.

Het is erg moeilijk om het pesten te laten stoppen. Vaak durft een gepest kind niets tegen meester of juf te vertellen uit angst om nog meer gepest te worden. Maar als een leerkracht het op een goede manier aanpakt, zal hij/zij proberen je te helpen en hoef je niet bang te zijn om het te vertellen.

Als je erg veel gepest wordt, herken je dit!

Je hebt geen zin om naar school te gaan, veel kinderen worden gepest op school. Je voelt je vaak ziek; buikpijn, hoofdpijn en andere klachten. Je bent bang/boos/verdrietig en je weet niet goed waarom. Je hebt bijna geen vriendjes en vriendinnetjes. Je denkt vaak: ‘Wat moet ik eraan doen?'

Meelopers en toeschouwers

Bij pesten heeft vaak één kind de leiding, de anderen noemen we de meelopers. Voor hen is het heel wat gemakkelijker om er iets aan te doen, dan voor de pesters en de gepeste kinderen.

Meelopers doen soms mee, omdat ze bang zijn om zelf gepest te worden. Als de meelopers niet meedoen, staat de pester alleen. Als die alleen staat en ziet dat er niemand meedoet, dan gaat de lol in pesten redelijk snel over.

Maak de kinderen die pesten of die meedoen heel duidelijk dat het erg is en dat je het niet grappig vindt. Als iedereen steeds zegt: “Hou op, dit is niet grappig! Als je zo sterk bent doe er dan iets leuks mee ga op karate of judo of zo. Als je zo graag de baas speelt organiseer dan leuke dingen”, dan geef je duidelijk steun aan het gepeste kind, die zich zo meer begrepen voelt. Je zegt ook heel duidelijk tegen de pester dat er iets gebeurt wat niet goed is.

Gelukkig vinden de meeste kinderen pesten niet goed! Tegen je juf, meester of een van je ouders kun je zeggen dat andere kinderen gekwetst, getrapt, geslagen of vernederd worden. Dat is niet klikken. Zowel pesters als gepesten krijgen vroeg of laat last van het pesten. Ook de kinderen die het pesten zien gebeuren, hebben er last van. De sfeer van een groep waarin gepest wordt, is alles behalve gezellig. Hoe langer het pesten kans krijgt, hoe slechter de sfeer wordt.

Daarom moet het pesten stoppen. Dat is niet gemakkelijk. Het vraagt de inspanning van iedereen. De beloning is een groep waar best wel eens geplaagd en gelachen mag worden, maar waar je wel graag naar toe gaat. Een groep waar iedereen luistert en respect heeft voor de ander in dezelfde mate als de ander respect heeft voor jou.

Pesten, er is altijd wat aan te doen

Niemand heeft het recht jou te pesten. Niemand!!! Als je gepest wordt is dat nooit je eigen schuld, alhoewel je dat misschien wel denkt. Maar je doet misschien wel iets wat pesters aantrekt. Als je bijvoorbeeld op pestgedrag reageert door te huilen, verdrietig of bang wegloopt of heel kwaad te wordt, hebben de pesters een reden meer om je te pesten. Want ze vinden dit 'lollig'. Dit kun je veranderen, maar de pester is verantwoordelijk voor wat hij doet. Hij moet gewoon stoppen.

In het begin is het negeren van pestkoppen een sterk wapen tegen pesters. Als het pesten doorgaat kun je niet meer doen alsof het niet bestaat. Je hebt er hulp bij nodig, omdat het je alleen niet lukt. Misschien is er wel een volwassene met wie je erover kunt praten. Hun hulp kun je gebruiken om het pesten te stoppen. Bijvoorbeeld je ouders of je opa of oma. Misschien hebben ze wel goede ideeën, zij hebben ook op school gezeten en ze weten wat er allemaal kan gebeuren. Of heb je een vriend of een vriendin die begrijpt hoeveel verdriet je hebt.

Alle scholen hebben een pestprotocol. Daarin staat hoe er moet worden omgegaan met pestgedrag. Samen met alle kinderen in de klas/groep kun je een afspraken vastleggen waaraan iedereen zich moet houden. Dit protocol wordt ook door iedereen in de groep ondertekend met naam of handtekening.

 

Leerlingen in actie tegen pesten


Als je tegen pesten bent, hoef je niet tot de landelijke 
Dag tegen Pesten te wachten om in actie te komen vinden leerlingen van TalentStad Praktijkonderwijs te Zwolle. Ook op hun school wordt gepest en toen ze dat ontdekten, besloten ze zelf een week tegen het pesten te organiseren. Als je gepest wordt durf je niet meer naar school toe te gaan.

De leerlingen organiseerden een week te pesten met polsbandjes, posters en een pact dat ondertekend moest worden. De leerlingen vinden het belangrijk om bij pesten de verantwoordelijkheid te nemen en in actie te komen als er iets gebeurt wat niet kan. Ze namen het initiatief toen ze zagen dat een meisje hier op school werd uitgescholden. Ze vinden het heel belangrijk dat er aandacht is voor pesten. Eén van de leerlingen geeft ook aan zelf gepest te zijn toen zij nog op de basisschool zat. Ze werd veel gepest. Duwen, slaan, opwachten na schooltijd en op social media was heel erg. De leerlingen, docenten en andere medewerkers dragen allemaal ons polsbandje tegen pesten. 

 

De lesmaterialen die op TalentStad Praktijkonderwijs in Zwolle gebruikt werden:
Oranje polsbandjes tegen pesten
Poster 'Een netwerk zonder pesten'