Leren begint bij sociale veiligheid
Waarom groepsvorming en sociaal leren geen bijzaak zijn
Op school leren kinderen lezen, schrijven en rekenen. Later komen daar vakken bij als geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde en vreemde talen. Voor ieder vak bestaan lesmethodes, leerdoelen, toetsen en roosters.
Maar waar en wanneer leren kinderen hoe zij met andere mensen samenleven?
Waar leren zij wat hun gedrag met een ander doet? Hoe zij omgaan met verschillen, teleurstelling, groepsdruk en conflicten? Hoe zij een grens herkennen, verantwoordelijkheid nemen, hulp vragen of iets herstellen nadat het is misgegaan?
Deze vaardigheden zijn bepalend voor hoe leerlingen zich binnen een groep ontwikkelen. Toch krijgen zij in de dagelijkse onderwijspraktijk niet altijd dezelfde vaste plaats als kennisvakken.
Sociale veiligheid, groepsvorming en sociaal gedrag worden dan onderwerpen voor de Gouden Weken, een mentoruur, een projectdag of een gesprek nadat er iets is gebeurd.
Maar sociaal leren vindt niet alleen plaats tijdens de momenten die daarvoor op het rooster staan.
Het gebeurt iedere dag.
Een leerling leert nooit alleen de lesstof
Terwijl een leerling een rekenopdracht maakt, een presentatie geeft of samenwerkt aan een project, leert hij veel meer dan de inhoud van het vak.
De leerling ontdekt ook:
- of hij fouten mag maken;
- of klasgenoten naar hem luisteren;
- of een afwijkende mening wordt geaccepteerd;
- wie veel invloed heeft binnen de groep;
- wie gemakkelijk wordt uitgelachen;
- of hulp vragen veilig is;
- of volwassenen kleine signalen opmerken;
- wat er gebeurt wanneer iemand een grens overschrijdt;
- of herstel werkelijk mogelijk is.
Dit wordt niet altijd bewust onderwezen, maar leerlingen nemen het wel waar.
Een kind dat een fout antwoord geeft en wordt uitgelachen, leert op dat moment niet alleen iets over rekenen. Het leert ook of het veilig is om zich opnieuw uit te spreken.
Een leerling die ziet dat een kwetsende opmerking zonder reactie voorbijgaat, leert iets over wat binnen deze groep kennelijk wordt toegestaan.
Een klasgenoot die hulp haalt en serieus wordt genomen, leert dat verantwoordelijkheid nemen verschil kan maken.
Iedere les speelt zich af binnen een sociale omgeving. Daarom kunnen het leren van kennis en het leren samenleven nooit volledig van elkaar worden gescheiden.
Wat telt, krijgt tijd
Scholen staan voor een enorme opdracht. Zij moeten leerlingen kennis bijbrengen, achterstanden voorkomen, resultaten volgen, voldoen aan wettelijke eisen en reageren op uiteenlopende behoeften.
Leerkrachten en docenten werken hard binnen een systeem waarin veel van hen wordt gevraagd. Deze pagina is daarom geen verwijt aan de professional voor de klas.
Wel mogen we kijken naar wat het onderwijssysteem zichtbaar belangrijk maakt.
Voor kennisvakken bestaan:
- vaste lesuren;
- doorlopende leerlijnen;
- methodes en materialen;
- meetbare doelen;
- toetsen en rapportcijfers;
- evaluaties en vervolgonderwijs.
Voor sociale vaardigheden en groepsvorming bestaat diezelfde vanzelfsprekendheid lang niet altijd.
Wanneer de tijd onder druk staat, verdwijnt een klassengesprek gemakkelijker dan een rekenles. Wanneer de leerstof nog niet af is, wordt een oefening over groepsgedrag uitgesteld. Wanneer een sociaal probleem tijdelijk rustig lijkt, gaat de aandacht weer naar het lesprogramma.
Dat is begrijpelijk. Maar het geeft leerlingen ook een boodschap:
Dit is belangrijk, zolang er tijd voor overblijft.
Terwijl juist de sfeer in de groep bepaalt of leerlingen zich kunnen concentreren, durven deelnemen, fouten durven maken en hulp durven vragen.
De tegenstelling tussen leren en sociale veiligheid klopt niet
Aandacht voor sociale veiligheid wordt soms gezien als iets wat ten koste gaat van onderwijstijd.
Een gesprek over een onveilige situatie kost immers tijd. Een oefening over groepsgedrag staat niet in het hoofdstuk dat die week moet worden afgerond. Een docent die een opmerking niet voorbij laat gaan, onderbreekt daarvoor de les.
Maar wanneer leerlingen voortdurend op hun hoede zijn, bang zijn om fouten te maken of bezig zijn met hun positie in de groep, gaat eveneens onderwijstijd verloren.
Een onveilige groep verdwijnt niet doordat de les doorgaat.
De onrust blijft aanwezig in blikken, stiltes, grapjes, groepsapps, vermijding en teruggetrokken gedrag. Een leerling kan lichamelijk in de klas zitten en ondertussen nauwelijks ruimte ervaren om te leren.
Daarom is sociale veiligheid geen concurrent van goed onderwijs.
Sociale veiligheid is een voorwaarde waaronder onderwijs beter tot zijn recht kan komen.
Eerst de les afmaken?
Iedere docent kent waarschijnlijk het dilemma.
Tijdens de uitleg maakt een leerling een kleinerende opmerking. Een paar klasgenoten lachen. De leerling op wie de opmerking is gericht, kijkt naar beneden. De les is al uitgelopen en er moet nog veel worden behandeld.
Wat krijgt op dat moment voorrang?
De les kan worden voortgezet. Misschien wordt de opmerking na afloop besproken. Misschien lijkt het incident te klein om er aandacht aan te besteden. Misschien wil de docent voorkomen dat de betrokken leerling nog meer in het middelpunt komt te staan.
Dat kunnen allemaal begrijpelijke afwegingen zijn.
Tegelijk kijkt de hele groep mee. Leerlingen zien niet alleen wat de docent zegt, maar ook waarop wordt gereageerd en wat zonder reactie blijft.
Soms is een korte zin al voldoende:
“Stop even. Ik hoor een opmerking ten koste van iemand. Zo willen we hier niet met elkaar omgaan. We komen hierop terug.”
De docent hoeft op dat moment niet direct de hele situatie op te lossen. Wel wordt zichtbaar dat het gedrag is waargenomen en dat de grens ertoe doet.
Daarna is het belangrijk dat “we komen hierop terug” ook werkelijk wordt gevolgd door een gesprek en, waar nodig, verdere actie.
Sociale veiligheid is geen los lesonderwerp
Je kunt leerlingen uitleggen wat respect, empathie of verantwoordelijkheid betekent. Maar sociale vaardigheden ontstaan niet alleen door definities te leren.
Leerlingen ontwikkelen deze vaardigheden in echte situaties:
- wanneer iemand wordt buitengesloten;
- wanneer een grap verkeerd valt;
- wanneer twee leerlingen verschillende verhalen vertellen;
- wanneer de groep moet kiezen tussen meelachen en begrenzen;
- wanneer een leerling een fout moet erkennen;
- wanneer iemand na een conflict opnieuw aansluiting zoekt;
- wanneer een volwassene luistert zonder direct te oordelen;
- wanneer schade niet alleen wordt bestraft, maar ook wordt hersteld.
Juist zulke dagelijkse situaties vormen het oefenmateriaal voor sociaal leren.
Dat betekent niet dat ieder incident uitgebreid klassikaal besproken moet worden. Sommige situaties vragen om een individueel gesprek, bescherming of rust. Andere situaties lenen zich juist wel voor een gezamenlijke verkenning, eventueel aan de hand van een vergelijkbare fictieve situatie.
Het belangrijkste is dat sociale gebeurtenissen niet uitsluitend worden gezien als onderbrekingen van het eigenlijke onderwijs.
Ook hierin wordt geleerd.
Een protocol voorkomt nog geen onveiligheid
Een school kan beschikken over gedragsregels, een pestprotocol, een vertrouwenspersoon en een jaarlijkse veiligheidsmeting. Deze onderdelen zijn belangrijk en sommige zijn onderdeel van de wettelijke zorgplicht van scholen.
Maar documenten en procedures maken een groep niet vanzelf veilig.
Leerlingen ervaren sociale veiligheid in dagelijkse momenten:
- word ik begroet?
- wordt er naar mij geluisterd?
- mag ik anders zijn?
- merkt iemand het wanneer ik stilval?
- durf ik te vertellen wat er gebeurt?
- word ik serieus genomen als ik om hulp vraag?
- grijpt een volwassene in?
- wordt er later nog gevraagd hoe het met mij gaat?
Volgens School & Veiligheid betekent sociale veiligheid meer dan het voorkomen van pesten of ander grensoverschrijdend gedrag. Het vraagt ook om voortdurende aandacht voor groepsvorming en groepsdynamiek.
De Onderwijsinspectie omschrijft een veilige school onder andere als een school met een veilige en positieve sfeer, die ongepast gedrag probeert te voorkomen en ertegen optreedt.
Beleid krijgt daarom pas betekenis wanneer leerlingen het herkennen in de praktijk.
De docent heeft invloed, maar draagt het niet alleen
De volwassene voor de klas heeft veel invloed op de sociale norm binnen een groep.
Leerlingen merken:
- welke toon de docent gebruikt;
- wie ruimte krijgt om te spreken;
- hoe op fouten wordt gereageerd;
- of humor ten koste van een ander wordt begrensd;
- of stille leerlingen worden opgemerkt;
- of verschillen welkom zijn;
- hoe een conflict wordt onderzocht;
- of er ruimte is om iets te herstellen.
Maar het zou onredelijk zijn om de hele sociale veiligheid van een school op de schouders van individuele docenten te leggen.
Een docent kan pas duurzaam investeren in de groep wanneer de school daarvoor ruimte, tijd en steun biedt.
Dat vraagt schoolbreed om:
- een gedeelde visie op sociale veiligheid;
- heldere en herkenbare grenzen;
- tijd voor groepsvorming gedurende het hele jaar;
- overleg tussen collega’s;
- ondersteuning bij ingewikkelde situaties;
- goede overdracht van signalen;
- betrokkenheid van schoolleiding en ouders;
- aandacht voor wat leerlingen zelf ervaren;
- ruimte om van incidenten te leren;
- opvolging wanneer gedrag of onveiligheid niet direct verdwijnt.
Sociale veiligheid is van iedereen, maar moet wel ergens georganiseerd en gedragen worden.
Groepsvorming stopt niet na de Gouden Weken
Aan het begin van het schooljaar besteden veel scholen bewust aandacht aan kennismaken, afspraken maken en een positieve start. Dat is waardevol.
Maar een groep blijft veranderen.
Er komen nieuwe leerlingen bij. Vriendschappen verschuiven. Rollen worden sterker of juist losgelaten. Er ontstaan conflicten, nieuwe groepsapps en informele leiders. Een rustige klas kan na een vakantie of ingrijpende gebeurtenis anders functioneren.
Daarom is groepsvorming geen introductieprogramma dat na enkele weken kan worden afgerond.
De groep heeft gedurende het hele schooljaar onderhoud nodig.
Dat kan klein en praktisch:
- kort bespreken hoe de samenwerking verliep;
- regelmatig vragen hoe veilig leerlingen zich voelen;
- samen terugkijken op een lastige situatie;
- groepsafspraken opnieuw onderzoeken;
- leerlingen laten benoemen wat de groep helpt;
- aandacht geven aan leerlingen die weinig ruimte innemen;
- oefenen met verschillende perspectieven;
- kijken welke reacties gedrag versterken, afremmen of herstellen.
Niet iedere activiteit hoeft een volledige les te zijn. Juist korte, terugkerende momenten maken zichtbaar dat de sociale groep altijd onderdeel van het onderwijs is.
Leerlingen zijn geen ontvangers van sociale regels
Volwassenen stellen vaak regels op om leerlingen duidelijkheid en veiligheid te bieden. Maar sociale ontwikkeling ontstaat niet alleen doordat leerlingen horen wat zij moeten doen.
Leerlingen kunnen zelf leren onderzoeken:
- wat een groep veilig of onveilig maakt;
- waarom mensen meelachen terwijl zij iets niet grappig vinden;
- wat groepsdruk met keuzes doet;
- waarom iemand misschien zwijgt;
- welke reactie een situatie sterker maakt;
- welke reactie ruimte geeft;
- wie invloed heeft zonder rechtstreeks betrokken te lijken;
- wat iemand nodig heeft om zich gehoord en gezien te voelen;
- welke vorm van herstel passend kan zijn.
Wanneer leerlingen alleen het gewenste antwoord hoeven te herhalen, weten we nog niet of zij de situatie werkelijk begrijpen.
Door hen te laten kijken, vragen te stellen en verschillende mogelijkheden af te wegen, ontwikkelen zij eigenaarschap over de sociale omgeving waarvan zij zelf deel uitmaken.
Kennis overdragen of mensen helpen ontwikkelen?
Onderwijs heeft terecht de taak om kennis en vaardigheden over te dragen. Kinderen moeten leren lezen, schrijven en rekenen. Kennis helpt hen om de wereld te begrijpen, zelfstandig na te denken en nieuwe dingen te leren.
Maar onderwijs doet onvermijdelijk meer.
Een school is ook een plaats waar kinderen jarenlang samenleven met mensen die zij niet zelf hebben gekozen. Zij ontmoeten verschillen, verwachtingen, regels, gezag, competitie, samenwerking, teleurstelling en verantwoordelijkheid.
Daarmee is de school een van de belangrijkste oefenplaatsen voor het samenleven.
De vraag is dus niet of scholen aandacht moeten besteden aan kennis óf aan sociale ontwikkeling.
De vraag is:
Welke kennis en vaardigheden hebben kinderen nodig om zich als mens te kunnen ontwikkelen en met anderen te kunnen samenleven?
Rekenen, taal en algemene kennis horen daarbij.
Maar ook:
- jezelf en een ander leren begrijpen;
- je gedrag kunnen onderzoeken;
- omgaan met emoties;
- grenzen herkennen en respecteren;
- verantwoordelijkheid nemen;
- samenwerken met mensen die anders zijn;
- vragen durven stellen;
- weerstand bieden aan groepsdruk;
- hulp kunnen vragen en bieden;
- conflicten leren hanteren;
- fouten kunnen erkennen en herstellen.
Deze vaardigheden zijn geen zachte aanvulling op het echte onderwijs. Zij bepalen mede hoe een leerling leert, werkt, relaties opbouwt en later deelneemt aan de samenleving.
Niet pas handelen wanneer het misgaat
Veel aandacht voor sociaal gedrag ontstaat nadat er een probleem is gesignaleerd.
Een leerling wordt gepest. Een conflict escaleert. Ouders trekken aan de bel. De sfeer in de klas wordt onrustig. Pas dan volgen gesprekken, maatregelen of een programma.
Die hulp blijft noodzakelijk wanneer de veiligheid al onder druk staat. Maar als sociaal leren alleen aandacht krijgt na een incident, blijft de school vooral herstellen wat eerder onvoldoende kon worden gezien of geoefend.
Preventie betekent niet dat ieder probleem kan worden voorkomen.
Het betekent wel dat leerlingen vóór een ernstig incident al taal en vaardigheden ontwikkelen om situaties te herkennen en erop te reageren.
Zij leren dan bijvoorbeeld:
- wanneer een grap niet meer grappig is;
- wat buitensluiten met iemand doet;
- hoe omstanders een situatie beïnvloeden;
- waarom doorsturen ook meedoen kan zijn;
- hoe zij een grens kunnen aangeven;
- hoe zij hulp kunnen inschakelen;
- hoe zij na een fout verantwoordelijkheid kunnen nemen.
Zo wordt sociale veiligheid niet alleen een reactie op ongewenst gedrag, maar een dagelijks onderdeel van onderwijs.
Durven kijken naar wat we belangrijk maken
Het is gemakkelijk om te zeggen dat het welzijn van leerlingen vooropstaat. Moeilijker is het om te onderzoeken of onze keuzes dat iedere dag laten zien.
Daarvoor kunnen scholen zichzelf vragen stellen:
- Welke onderwerpen krijgen altijd tijd en welke alleen als er tijd overblijft?
- Wat meten en bespreken we regelmatig?
- Weten leerlingen waar zij terechtkunnen?
- Ervaren zij ook dat er werkelijk wordt geluisterd?
- Hoe reageren volwassenen op kleine vormen van uitsluiting of vernedering?
- Krijgen leerlingen de gelegenheid om sociale situaties te onderzoeken?
- Leren zij alleen regels volgen of ook begrijpen waarom gedrag invloed heeft?
- Is er na een incident aandacht voor herstel en opvolging?
- Krijgt een docent steun wanneer een groep sociaal ingewikkeld wordt?
- Vragen we leerlingen hoe zij de groep ervaren?
- Beoordelen we een leerling vooral op resultaten of zien we ook ontwikkeling die niet in een cijfer past?
Deze vragen zijn niet bedoeld om een school af te rekenen.
Ze kunnen helpen om zichtbaar te maken waar goede bedoelingen botsen met tijdsdruk, verwachtingen, routines en de inrichting van het onderwijs.
Bewustwording begint vaak met het durven stellen van een vraag waarop nog geen eenvoudig antwoord bestaat.
Met andere ogen naar de groep kijken
Een sociale situatie bestaat bijna nooit uit slechts één oorzaak, één dader en één oplossing.
Gedrag wordt beïnvloed door reacties van leerlingen, verwachtingen binnen de groep, eerdere gebeurtenissen, online contacten, de reactie van volwassenen en de cultuur van de school.
Daarom is het waardevol om leerlingen situaties vanuit verschillende posities te laten onderzoeken.
Niet alleen:
Wie deed iets verkeerd?
Maar ook:
- Wat ging hieraan vooraf?
- Wie had invloed op wat er gebeurde?
- Welke reactie maakte het gedrag sterker?
- Welke reactie remde het af?
- Wie bleef buiten beeld?
- Wat had iemand nodig om zich gehoord en gezien te voelen?
- Welke keuze had de situatie kunnen veranderen?
- Wat kan nu bijdragen aan herstel?
- Draagt deze reactie bij aan een groep waarin iedereen zich veilig kan voelen?
Met de oefenvorm Kijken met andere ogen leren leerlingen niet om zo snel mogelijk het juiste antwoord te geven. Zij leren waarnemen, zich verplaatsen, verbanden ontdekken en nadenken over hun eigen invloed.
Daarmee wordt sociale veiligheid geen verhaal dat volwassenen aan leerlingen vertellen. Het wordt iets wat leerlingen zelf leren onderzoeken en helpen vormgeven.
Wat zou er veranderen?
Wat zou er gebeuren wanneer sociale ontwikkeling binnen het onderwijs dezelfde vanzelfsprekendheid kreeg als taal en rekenen?
Wanneer scholen niet alleen een doorgaande leerlijn hadden voor kennis, maar ook bewust ruimte maakten voor:
- perspectief nemen;
- omgaan met groepsdruk;
- grenzen en toestemming;
- verantwoordelijkheid en herstel;
- luisteren en je uitspreken;
- samenwerken;
- omgaan met verschil;
- hulp vragen en hulp bieden;
- reflecteren op de invloed van gedrag?
Misschien zouden niet alle conflicten verdwijnen. Misschien zou er nog steeds worden gepest, buitengesloten of gekwetst.
Maar leerlingen zouden eerder leren herkennen wat er gebeurt. Zij zouden meer woorden en handelingsmogelijkheden hebben. Volwassenen zouden kleine signalen eerder gezamenlijk kunnen onderzoeken. En sociaal leren zou niet pas beginnen wanneer een situatie uit de hand is gelopen.
Sociale veiligheid hoort in het hart van onderwijs
Een school kan niet alle moeilijkheden uit het leven van kinderen wegnemen. Ook kan geen docent iedere blik, opmerking of online gebeurtenis zien.
Wat een school wel kan doen, is zichtbaar maken dat de manier waarop mensen met elkaar omgaan niet ondergeschikt is aan het leren.
Want een leerling die zich veilig voelt, durft vragen te stellen.
Een leerling die zich gezien voelt, durft mee te doen.
Een leerling die fouten mag maken, durft te leren.
Een leerling die leert kijken naar de gevolgen van zijn gedrag, kan verantwoordelijkheid ontwikkelen.
En een groep die weet hoe zij kan afremmen, steunen en herstellen, wordt niet alleen een betere leeromgeving. Zij wordt ook een oefenplaats voor het leven buiten de school.
Daarom hoort sociale veiligheid niet naast het onderwijs te staan.
Sociale veiligheid is onderwijs.