Wat doe je bij gebrek aan respect in de klas?

Respectloos gedrag bij leerlingen herkennen, begrenzen en herstellen

Gebrek aan respect in de klas kan zichtbaar worden in schelden, uitlachen of een harde confrontatie. Maar het begint vaak veel kleiner: een zucht wanneer iemand iets zegt, steeds dezelfde grap over een leerling, ogen rollen, fluisteren, buitensluiten of een foto zonder toestemming doorsturen.

Zulke momenten lijken afzonderlijk misschien onschuldig. Wanneer ze vaker voorkomen, door de groep worden versterkt of niet worden begrensd, kunnen ze grote invloed krijgen op de veiligheid en sfeer in de klas.

Wat kun je als leerkracht of docent doen wanneer een leerling respectloos gedrag laat zien?

Een goede aanpak bestaat meestal uit meerdere stappen:

  1. kijk zorgvuldig naar wat er gebeurt;
  2. stop of begrens het gedrag;
  3. benoem wat je hebt gezien of gehoord;
  4. onderzoek de bedoeling én het gevolg;
  5. betrek de invloed van de groep;
  6. help leerlingen verantwoordelijkheid te nemen;
  7. werk aan herstel en blijf de situatie volgen.

Het doel is niet alleen dat het gedrag op dat moment stopt. Leerlingen moeten ook leren herkennen wat hun gedrag met anderen doet en welke keuze zij een volgende keer kunnen maken.

Wat is respectloos gedrag?

Respectloos gedrag is gedrag waarbij onvoldoende rekening wordt gehouden met de gevoelens, grenzen, waardigheid of veiligheid van een ander.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • iemand uitlachen of kleineren;
  • kwetsende opmerkingen maken;
  • een leerling steeds onderbreken;
  • iemand negeren of buitensluiten;
  • doorgaan nadat een grens is aangegeven;
  • spullen zonder toestemming pakken;
  • roddels of vernederende beelden verspreiden;
  • anderen aanmoedigen om mee te lachen;
  • discriminerende of bedreigende opmerkingen maken.

Niet ieder onhandig of impulsief moment heeft dezelfde ernst. Een respectloze opmerking kan een eenmalige fout zijn, maar ook het begin of onderdeel van een patroon.

→ Lees meer over de betekenis en voorbeelden van respectloos gedrag

Kijk eerst goed naar wat er gebeurt

Voordat je bepaalt wat er moet gebeuren, is het belangrijk om zorgvuldig waar te nemen.

Vraag jezelf af:

  • Wat zag en hoorde ik precies?
  • Wie waren erbij betrokken?
  • Was dit een eenmalig moment of gebeurt het vaker?
  • Werd er een grens aangegeven?
  • Werd naar die grens geluisterd?
  • Wie lachte mee, moedigde aan of keek weg?
  • Is er sprake van een verschil in macht of invloed?
  • Voelt de betrokken leerling zich nog veilig?

Probeer onderscheid te maken tussen wat je werkelijk hebt waargenomen en wat je zelf invult. Een leerling die lacht, hoeft iets niet grappig te vinden. Lachen kan ook voortkomen uit spanning, groepsdruk of onzekerheid.

Zorgvuldig kijken betekent niet dat je moet wachten met ingrijpen totdat je alles zeker weet. Wanneer gedrag kwetsend of onveilig is, mag je het direct stoppen. Daarna kan worden onderzocht wat er precies gebeurde.

Reageer direct en rustig

Een rustige, duidelijke reactie laat de groep zien dat grenzen ertoe doen.

Dat hoeft niet altijd met een lange uitleg. Je kunt bijvoorbeeld zeggen:

  • “Ik hoor dat er om iemand wordt gelachen. We stoppen even.”
  • “Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn, maar zo spreken we niet tegen elkaar.”
  • “Je noemt het een grap. Ik zie dat de ander niet lacht.”
  • “Ook doorsturen is meedoen.”
  • “Deze leerling hoeft dit niet alleen op te lossen.”
  • “Wat gebeurde hier zojuist?”
  • “We stoppen dit nu en komen er straks op terug.”

Benoem bij voorkeur het gedrag dat je ziet of hoort. Daarmee voorkom je dat een leerling volledig met het gedrag wordt vereenzelvigd.

Zeg liever:

“Deze opmerking was respectloos.”

dan:

“Jij bent respectloos.”

Een leerling is meer dan één verkeerde keuze. Tegelijk mag er geen twijfel bestaan over de grens: wat hier gebeurde was niet veilig of respectvol en moet stoppen.

Begin het gesprek met een verhaal

Wanneer er gebrek aan respect in een klas speelt, kan het lastig zijn om daar rechtstreeks over te praten.

Leerlingen kunnen zich aangevallen voelen, ontkennen wat er is gebeurd of vooral bezig zijn met de vraag wie de schuld krijgt. Een moraalverhaal of wijsheidsverhaal maakt het mogelijk om eerst van enige afstand naar respectloos gedrag te kijken.

De personages in het verhaal nemen tijdelijk de plaats in van de leerlingen uit de eigen klas. Daardoor kan de groep praten over vragen als:

  • Wat gebeurt er in dit verhaal?
  • Welk gedrag is respectvol en welk gedrag niet?
  • Waarom handelt een personage op deze manier?
  • Wat doet dit gedrag met de andere personen?
  • Wie heeft invloed op wat er gebeurt?
  • Welke keuze had het personage ook kunnen maken?
  • Wat zou nodig zijn om de situatie te herstellen?
  • Herkennen we iets van deze situatie in het dagelijks leven?

Een verhaal schrijft niet meteen voor wat leerlingen moeten denken. Het nodigt hen uit om zelf waar te nemen, verbanden te leggen en zich in verschillende personen te verplaatsen.

Waarom moraalverhalen kunnen helpen

Een goed verhaal kan leerlingen helpen om:

  • een gevoelig onderwerp te bespreken zonder direct iemand aan te wijzen;
  • gedrag vanuit verschillende perspectieven te bekijken;
  • gevoelens en gevolgen beter te begrijpen;
  • na te denken over hun eigen keuzes;
  • woorden te vinden voor ingewikkelde situaties;
  • samen te onderzoeken wat respectvol handelen betekent;
  • een gezamenlijke taal rond respect en herstel te ontwikkelen.

Soms zegt een leerling tijdens het gesprek zelf:

“Dit gebeurt bij ons eigenlijk ook.”

Dat inzicht ontstaat dan niet doordat de leerkracht een beschuldiging uitspreekt, maar doordat het verhaal een herkenbare situatie zichtbaar maakt.

Van verhaal naar klassengesprek

Lees of vertel het verhaal eerst zonder voortdurend uitleg te geven. Laat leerlingen luisteren, kijken en zelf betekenis ontdekken.

Bespreek daarna bijvoorbeeld:

  • Welk moment uit het verhaal viel je op?
  • Wie voelde zich volgens jou wel of niet gerespecteerd?
  • Was het gedrag bewust respectloos?
  • Is een goede bedoeling altijd genoeg?
  • Wie had iets kunnen doen om de situatie te veranderen?
  • Wat zou jij hebben gedaan?
  • Wat kunnen wij als klas van dit verhaal meenemen?

Maak de stap naar de eigen klas voorzichtig. Leerlingen hoeven geen namen of persoonlijke ervaringen te noemen. Het doel is niet om via het verhaal alsnog een schuldige aan te wijzen, maar om samen te onderzoeken welk gedrag bijdraagt aan een veilige en respectvolle groep.

Verhalen over respect

Moraalverhalen kunnen worden gebruikt als opening van een klassengesprek, mentorles, burgerschapsles of herstelgesprek.

Het verhaal De drie vormen van respect laat bijvoorbeeld zien dat respect kan beginnen bij duidelijke grenzen en gezag, kan groeien door begrip en uiteindelijk vanzelfsprekend kan worden wanneer mensen zich gezien en gewaardeerd voelen.

→ Lees De drie vormen van respect

→ Bekijk meer verhalen als gespreksstarter

Een verhaal kan het gesprek openen. Met een werkvorm zoals Kijk eens met andere ogen kunnen leerlingen daarna verder oefenen met waarnemen, perspectief nemen en het bedenken van reacties die bijdragen aan veiligheid en herstel.

Kijk eens met andere ogen

Respectloos gedrag is niet altijd eenvoudig te herkennen. Leerlingen zien soms alleen degene die iets zegt of doet, maar niet wat eromheen gebeurt.

Wie lacht er mee? Wie stuurt iets door? Wie kijkt weg? Wie wordt stiller? Wie probeert te helpen? En welke reactie maakt de situatie erger of juist veiliger?

De werkvorm Kijk eens met andere ogen helpt leerlingen om sociale situaties stap voor stap vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken.

Daarbij staan vier handelingen centraal:

Kijk

Wat zie en hoor je werkelijk?

Laat leerlingen eerst waarnemen zonder onmiddellijk een oordeel te geven.

Denk

Wat zou er aan de hand kunnen zijn?

Leerlingen onderzoeken verschillende verklaringen en verplaatsen zich in de betrokken personen.

Vraag

Welke vragen zou je willen stellen?

Een vraag kan helpen om meer te begrijpen voordat conclusies of beschuldigingen volgen.

Doe

Welke reactie draagt bij aan veiligheid en herstel?

Leerlingen bedenken wat zij zelf, een omstander of een volwassene kan doen om het gedrag af te remmen en de situatie veiliger te maken.

Deze manier van werken helpt leerlingen om:

  • kleine signalen eerder te herkennen;
  • onderscheid te maken tussen waarnemen en invullen;
  • situaties vanuit meerdere kanten te bekijken;
  • de invloed van omstanders te begrijpen;
  • rekening te houden met gevoelens en grenzen;
  • na te denken over hun eigen keuzes;
  • reacties te bedenken die bijdragen aan herstel.

→ Bekijk Kijk eens met andere ogen

Bespreek gedrag zonder een leerling af te schrijven

Wanneer een leerling respectloos handelt, is de eerste neiging soms om direct te vragen:

“Waarom deed je dat?”

Leerlingen weten daar niet altijd meteen antwoord op. Soms zeggen zij wat zij denken dat de volwassene wil horen. Het kan daarom helpen om eerst samen heel precies naar de gebeurtenis te kijken.

Gebruik bijvoorbeeld vragen als:

  • Wat gebeurde er?
  • Wat zei of deed jij?
  • Wat wilde je daarmee bereiken?
  • Hoe reageerde de ander?
  • Waaraan kon je merken dat de ander het niet prettig vond?
  • Wat deden de andere leerlingen?
  • Wat veranderde er daarna in de sfeer?
  • Wat had je op dat moment anders kunnen doen?

Je kunt duidelijk zijn zonder een kind als slecht of respectloos te bestempelen:

“Jij bent geen slecht kind. Maar wat je hier deed, was niet respectvol en heeft iemand geraakt. Daar gaan we samen naar kijken.”

Daarin komen drie dingen samen:

  • de leerling wordt niet afgeschreven;
  • het gedrag wordt duidelijk begrensd;
  • de verantwoordelijkheid wordt niet weggenomen.

Kijk naar de bedoeling én het gevolg

Bij respectloos gedrag zeggen leerlingen regelmatig:

  • “Het was maar een grapje.”
  • “Ik bedoelde het niet zo.”
  • “Iedereen deed mee.”
  • “Hij kan nergens tegen.”
  • “Ik stuurde het alleen maar door.”
  • “Zij begon zelf.”

Misschien was iets inderdaad als grap bedoeld. Misschien reageerde een leerling impulsief of deed hij mee omdat de groep lachte. Dat is belangrijk om te begrijpen, maar de bedoeling bepaalt niet als enige wat het gedrag met een ander doet.

Leerlingen kunnen leren om twee vragen naast elkaar te zetten:

Wat wilde ik doen?

en:

Wat deed mijn gedrag met de ander?

Iemand kan iets grappig bedoelen en toch een ander kwetsen. Verantwoordelijkheid nemen begint bij het leren zien van dat verschil.

Betrek de groep en de omstanders

Respectloos gedrag ontstaat zelden helemaal los van de groep.

Een leerling maakt een opmerking. Een ander lacht. Iemand herhaalt de opmerking later. In een groepsapp wordt een afbeelding doorgestuurd of van lachende emoji’s voorzien. Andere leerlingen kijken weg omdat zij bang zijn zelf buiten de groep te vallen.

Bespreek daarom niet alleen het gedrag van degene die begon. Kijk ook naar de reacties eromheen:

  • Wie moedigt het gedrag aan?
  • Wie maakt het groter door te lachen, liken of delen?
  • Wie blijft stil?
  • Wie probeert het gedrag af te remmen?
  • Wie kan steun geven?
  • Wie kan hulp halen?

Leerlingen zijn niet verantwoordelijk voor alles wat in een groep gebeurt. Hun reactie kan wel invloed hebben op wat er daarna gebeurt.

Een klas kan oefenen met eenvoudige mogelijkheden:

  • niet meelachen;
  • een kwetsend bericht niet doorsturen;
  • naast iemand gaan zitten die wordt buitengesloten;
  • zeggen dat iets niet grappig is;
  • steun geven aan degene die geraakt wordt;
  • een volwassene inschakelen.

Zo wordt respect geen algemene regel op papier, maar gedrag dat leerlingen in concrete situaties kunnen herkennen en oefenen.

Help leerlingen grenzen herkennen

Niet iedere leerling zegt duidelijk:

“Stop, dit vind ik niet prettig.”

Een grens kan ook zichtbaar worden wanneer iemand stilvalt, wegkijkt, ongemakkelijk meelacht, afstand neemt of niet meer wil deelnemen.

Leerlingen kunnen leren om:

  • te letten op woorden én lichaamstaal;
  • te vragen of iets werkelijk grappig wordt gevonden;
  • te stoppen wanneer iemand een grens aangeeft;
  • een grens te accepteren zonder discussie;
  • geen uitleg af te dwingen;
  • hulp te zoeken wanneer iemand niet veilig is.

De verantwoordelijkheid mag niet alleen bij de leerling worden gelegd die geraakt wordt. Een kind hoeft niet eerst hard en duidelijk genoeg “stop” te zeggen voordat anderen rekening met hem of haar moeten houden.

Werk aan herstel

Wanneer gedrag iemand heeft geraakt, is alleen zeggen dat het niet meer mag vaak onvoldoende. Er moet ook worden gekeken wat nodig is om de veiligheid en het vertrouwen te herstellen.

Herstel kan bijvoorbeeld bestaan uit:

  • erkennen wat er is gebeurd;
  • luisteren naar wat het gedrag met de ander heeft gedaan;
  • een kwetsend bericht verwijderen;
  • verdere verspreiding van beelden stoppen;
  • iets rechtzetten tegenover de groep;
  • nieuwe afspraken maken;
  • ander gedrag oefenen;
  • later opnieuw vragen hoe het gaat.

Een verontschuldiging kan daarbij passen, maar “sorry” is niet bedoeld om de gebeurtenis zo snel mogelijk af te sluiten. Een verontschuldiging krijgt betekenis wanneer een leerling begrijpt waarvoor hij of zij sorry zegt, verantwoordelijkheid neemt en ander gedrag laat zien.

De leerling die is geraakt, hoeft niet direct te vergeven of weer samen te willen werken. Herstel moet ook voor deze leerling veilig en passend zijn.

Is respectloos gedrag hetzelfde als pesten?

Nee. Een respectloze opmerking kan een eenmalig incident zijn. Ook tijdens een conflict kunnen leerlingen dingen zeggen of doen die respectloos zijn.

Bij pesten is doorgaans sprake van gedrag dat:

  • zich herhaalt;
  • tegen een bepaalde persoon is gericht;
  • samenhangt met een verschil in macht of invloed;
  • voor de betrokken leerling moeilijk te stoppen is.

We hoeven niet te wachten totdat gedrag aan alle kenmerken van pesten voldoet voordat we reageren. Juist door kleine signalen vroeg te herkennen en te begrenzen, kan soms worden voorkomen dat gedrag uitgroeit tot uitsluiting of een pestpatroon.

Wanneer er wel sprake is van pesten, is alleen een algemeen gesprek over respect niet voldoende. Het gedrag moet doelgericht worden gestopt, de leerling moet worden beschermd en de situatie moet langere tijd worden gevolgd.

→ Lees meer over pesten op school

Wanneer is extra hulp of direct ingrijpen nodig?

Een klassengesprek of werkvorm is niet in iedere situatie voldoende.

Direct ingrijpen en verdere opvolging zijn nodig wanneer:

  • gedrag zich blijft herhalen;
  • een leerling bang is of zich onveilig voelt;
  • iemand stelselmatig wordt buitengesloten;
  • er sprake is van bedreiging, geweld of intimidatie;
  • discriminerend of seksueel grensoverschrijdend gedrag voorkomt;
  • privébeelden of persoonsgegevens worden verspreid;
  • het gedrag online doorgaat;
  • een leerling de situatie niet zelf kan stoppen;
  • eerdere gesprekken en afspraken onvoldoende effect hebben.

Volg in zulke situaties het sociale veiligheidsbeleid en de meld- en ondersteuningsroutes van de school. Zorg ervoor dat de betrokken leerling weet bij welke vertrouwde volwassene hij of zij terechtkan.

Een werkvorm kan helpen om bewustwording te ontwikkelen, maar is nooit een vervanging voor bescherming, begrenzing en professionele opvolging.

Respectvol gedrag moet worden geoefend

Respect is niet alleen een eigenschap die een leerling wel of niet bezit. Respectvol handelen bestaat uit vaardigheden die kinderen en jongeren kunnen leren.

Daarbij horen onder andere:

  • luisteren zonder direct te oordelen;
  • rekening houden met grenzen;
  • verschillen verdragen;
  • emoties herkennen;
  • nadenken voordat je reageert;
  • je eigen aandeel bekijken;
  • een fout erkennen;
  • iets herstellen;
  • weerstand bieden aan groepsdruk;
  • hulp vragen wanneer dat nodig is.

Een poster of schoolregel kan leerlingen herinneren aan belangrijke waarden. Vaardigheden ontstaan vooral wanneer leerlingen mogen oefenen, situaties onderzoeken en begeleiding krijgen bij het maken van andere keuzes.

Respect moet daarom niet alleen worden gevraagd. Het moet worden voorgedaan, besproken en geoefend.

Verder werken aan respect in de klas

Wil je leerlingen helpen om respectvol gedrag te herkennen en oefenen?

Bekijk dan ook:

→ Respectloos gedrag: betekenis, voorbeelden en gevolgen
→ Kijk eens met andere ogen
→ Respectafspraken in de klas
→ Vragen over respect voor in de klas
→ Voorbeelden van respect in de klas
→ Omgangsvormen in de klas

Een respectvolle klas ontstaat in dagelijkse momenten

Een veilige en respectvolle groep ontstaat niet door één gesprek, poster of project. De cultuur van een klas wordt iedere dag gevormd door wat leerlingen en volwassenen doen wanneer iemand wordt uitgelachen, genegeerd, buitengesloten of over een grens gaat.

Door gedrag vroeg te herkennen, rustig te begrenzen, verschillende perspectieven te onderzoeken en ruimte te maken voor herstel, leren leerlingen niet alleen welk gedrag niet wordt geaccepteerd.

Ze leren vooral wat zij zelf kunnen doen om bij te dragen aan een groep waarin mensen worden gezien, grenzen ertoe doen en respect iedere dag opnieuw vorm krijgt.