Wat doe je bij gebrek aan respect in de klas?
Respectloos gedrag bij leerlingen: eerder zien, bespreken en herstellen
Pesten begint niet altijd met een duidelijk zichtbare aanval. Soms begint het met een zucht wanneer een leerling iets zegt. Met steeds dezelfde grap over iemands uiterlijk. Met een kind dat nooit wordt gekozen. Met een foto die zonder toestemming wordt gedeeld of een opmerking waarop de hele groep begint te lachen.
Afzonderlijk lijken zulke momenten misschien klein. Toch kunnen ze veel invloed hebben op hoe veilig iemand zich in een groep voelt.
We hoeven niet te wachten totdat gedrag aan alle kenmerken van pesten voldoet voordat we er aandacht aan geven. Juist door respectloos gedrag eerder te herkennen en bespreekbaar te maken, kunnen leerlingen leren wat hun gedrag met een ander doet en hoe zij een andere keuze kunnen maken.
Daarbij is het belangrijk om niet alleen te vragen:
Is dit pesten?
Maar ook:
Is dit gedrag respectvol, veilig en helpend voor onze groep?
Wat is respectloos gedrag?
Respectloos gedrag is gedrag waarbij onvoldoende rekening wordt gehouden met de gevoelens, grenzen, waardigheid of veiligheid van een ander.
Dat kan heel zichtbaar zijn, bijvoorbeeld wanneer een leerling een klasgenoot uitscheldt, bedreigt of voor schut zet. Maar respectloos gedrag kan ook veel subtieler zijn.
Denk aan:
- iemand voortdurend onderbreken;
- lachen wanneer een leerling een fout maakt;
- ogen draaien zodra iemand begint te praten;
- fluisteren en naar iemand kijken;
- een klasgenoot niet laten meedoen;
- spullen zonder toestemming pakken;
- een bijnaam blijven gebruiken die iemand niet prettig vindt;
- zeggen dat iets “maar een grapje” was;
- iemand negeren in een gesprek of groepsapp;
- foto’s, filmpjes of berichten zonder toestemming delen;
- steeds bepalen wie er wel en niet bij hoort;
- doorgaan nadat iemand heeft aangegeven dat iets niet fijn is.
Niet iedere leerling die dit gedrag vertoont, wil bewust schade veroorzaken. Soms probeert een kind grappig te zijn, reageert het impulsief of merkt het niet wat de ander ervaart. Soms doet een leerling mee omdat de groep lacht of omdat hij bang is zelf buiten de groep te vallen.
De bedoeling van een leerling is belangrijk om te begrijpen wat er gebeurde. Maar de bedoeling bepaalt niet als enige wat de gevolgen van het gedrag zijn.
Een leerling kan iets grappig bedoelen en toch iemand kwetsen.
Niet iedere fout is pesten
Kinderen en jongeren zijn nog volop aan het leren hoe zij met zichzelf en anderen omgaan. Ze maken fouten, reageren soms onhandig, zeggen dingen te snel en overschrijden grenzen.
Niet iedere ruzie, kwetsende opmerking of ondoordachte actie is daarom pesten.
Bij pesten is meestal sprake van een herhaald patroon, een verschil in macht of invloed en een situatie waarin de leerling die wordt gepest zich moeilijk kan verdedigen. Bij een conflict hebben leerlingen vaak een meer gelijkwaardige positie en kunnen zij allebei invloed uitoefenen op wat er gebeurt.
Dat onderscheid helpt volwassenen om passend te reageren. Toch betekent het niet dat ander respectloos gedrag onbelangrijk is.
Een kwetsende opmerking hoeft geen pesten te zijn om besproken te mogen worden. Een leerling hoeft niet eerst meerdere keren te worden buitengesloten voordat een volwassene mag ingrijpen.
We kunnen gedrag serieus nemen zonder er onmiddellijk een zwaar etiket op te plakken.
Waarom wachten we soms te lang?
Respectloos gedrag is niet altijd gemakkelijk te herkennen. Veel gebeurt buiten het directe zicht van volwassenen. Andere signalen zijn zo klein dat ze los van elkaar weinig lijken te betekenen.
Bovendien kan de sfeer in een groep eraan wennen.
Een leerling die vaak wordt uitgelachen, wordt “degene om wie iedereen nu eenmaal lacht”. Een scherpe opmerking wordt humor genoemd. Het kind dat nooit wordt gekozen, zou volgens de groep liever alleen zijn. In een groepsapp worden kwetsende afbeeldingen gedeeld, maar niemand wil degene zijn die er iets van zegt.
Zo kunnen grenzen langzaam verschuiven.
Volwassenen wachten soms op zekerheid:
- Was het wel zo bedoeld?
- Is het al vaker gebeurd?
- Vond de andere leerling het echt vervelend?
- Was het geen gewone ruzie?
- Moeten kinderen dit niet zelf leren oplossen?
Dat zijn begrijpelijke vragen. Maar ondertussen ervaart een leerling mogelijk al dat zijn grens niet wordt gezien of serieus genomen.
Vroeg reageren hoeft niet te betekenen dat er meteen zwaar wordt gestraft. Het kan beginnen met waarnemen, vertragen en een vraag stellen:
“Wat gebeurde hier zojuist?”
Van kleine signalen naar een onveilig patroon
Niet ieder respectloos moment groeit uit tot pesten. Maar wanneer gedrag niet wordt opgemerkt of begrensd, kan er wel een patroon ontstaan.
Een losse grap kan een vaste bijnaam worden. Een keer niet gekozen worden kan veranderen in structurele uitsluiting. Eén doorgestuurde foto kan het begin zijn van herhaaldelijke online vernedering.
De reactie van de groep speelt daarbij een grote rol.
Wanneer klasgenoten lachen, liken, delen of stil blijven, kan een leerling ervaren dat het gedrag wordt toegestaan of zelfs gewaardeerd. De leerling op wie het gedrag is gericht, kan juist het gevoel krijgen dat niemand aan zijn kant staat.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar degene die iets zegt of doet. Kijk ook naar wat eromheen gebeurt:
- Wie lacht er?
- Wie moedigt het gedrag aan?
- Wie kijkt weg?
- Wie lijkt zich ongemakkelijk te voelen?
- Wie probeert te helpen?
- Wie bepaalt wat binnen de groep normaal wordt gevonden?
- Durven leerlingen iets te zeggen wanneer een grens wordt overschreden?
Respect en sociale veiligheid ontstaan niet alleen door afspraken op papier. Ze worden iedere dag gevormd door de reacties die gedrag oproept.
Eerst bewustwording, daarna verantwoordelijkheid
Wanneer een leerling respectloos handelt, is de eerste neiging soms om meteen te vragen waarom hij dat deed. Maar het kan zinvoller zijn om eerst samen heel precies naar het gedrag te kijken.
Wat gebeurde er? Wat deed jij? Hoe reageerde de ander? Wat gebeurde er daarna in de groep?
Bewustwording ontstaat wanneer een leerling leert kijken naar de hele gebeurtenis en niet alleen naar zijn eigen bedoeling.
Vragen die daarbij kunnen helpen zijn:
- Wat zei of deed je precies?
- Wat wilde je daarmee bereiken?
- Hoe reageerde de ander?
- Waaraan kon je zien dat de ander het niet prettig vond?
- Wat deden de leerlingen die erbij stonden?
- Wat veranderde er daarna in de sfeer?
- Hoe zou jij je voelen als dit bij jou gebeurde?
- Was dit gedrag respectvol?
- Droeg jouw reactie bij aan een veilige groep?
- Wat had je op dat moment anders kunnen doen?
Het doel is niet om een kind een gewenst antwoord te laten geven. Het doel is dat de leerling zelf leert waarnemen, nadenken en verbanden leggen.
Een leerling die werkelijk begrijpt wat zijn gedrag veroorzaakt, heeft een betere basis om een volgende keer anders te handelen.
De bedoeling én het gevolg
In gesprekken over respectloos gedrag horen we regelmatig:
- “Het was maar een grapje.”
- “Ik bedoelde het niet zo.”
- “Iedereen deed mee.”
- “Hij kan nergens tegen.”
- “Zij begon zelf.”
- “Ik stuurde het alleen maar door.”
- “Ik zei toch geen naam?”
Deze reacties hoeven niet te betekenen dat een leerling liegt. Misschien was het inderdaad als grap bedoeld. Misschien deed de hele groep mee. Misschien dacht de leerling niet na voordat hij een bericht doorstuurde.
Toch blijft het belangrijk om ook naar het gevolg te kijken.
Je kunt iets anders bedoelen dan de ander ervaart. Dat verschil maakt de ervaring van de ander niet minder werkelijk.
We kunnen leerlingen leren om beide kanten tegelijk te zien:
Wat wilde ik doen?
en
Wat deed mijn gedrag met de ander?
Dat is geen uitnodiging om overal beledigd door te zijn. Het is een uitnodiging om verantwoordelijkheid te leren nemen voor de invloed die ons gedrag op anderen heeft.
Stoppen wanneer een ander een grens aangeeft
Een van de belangrijkste sociale vaardigheden is leren herkennen en respecteren wanneer iemand een grens aangeeft.
Niet iedere leerling zegt duidelijk: “Stop, dit vind ik niet leuk.” Een grens kan ook zichtbaar worden in wegkijken, stilvallen, meelachen uit ongemak, afstand nemen of niet meer willen deelnemen.
Kinderen moeten leren dat zij niet alleen op woorden kunnen letten, maar ook op veranderingen in houding, gezichtsuitdrukking en gedrag.
Tegelijk moeten we voorkomen dat de volledige verantwoordelijkheid bij de leerling komt te liggen die wordt geraakt. Een kind hoeft niet eerst krachtig genoeg “stop” te zeggen voordat anderen rekening met hem hoeven te houden.
Daarom kunnen we leerlingen leren:
- let op hoe de ander reageert;
- vraag of iets werkelijk grappig wordt gevonden;
- stop wanneer iemand aangeeft dat iets niet prettig is;
- accepteer een grens zonder discussie;
- dring niet aan op uitleg;
- zoek hulp wanneer je merkt dat iemand niet veilig is;
- herstel wat je hebt beschadigd.
Respect betekent niet dat je het altijd met elkaar eens bent. Het betekent wel dat je de ander als mens serieus blijft nemen.
De invloed van de volwassene
De manier waarop een leerkracht, docent of andere volwassene reageert, vertelt de groep welk gedrag wordt toegestaan.
Dat hoeft niet altijd met een lange toespraak. Een korte, rustige reactie kan al veel duidelijk maken:
- “Ik hoor dat er om iemand wordt gelachen. We stoppen even.”
- “Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn, maar zo spreken we niet tegen elkaar.”
- “Je noemt het een grap. Ik zie dat de ander niet lacht.”
- “Ook doorsturen is meedoen.”
- “Wat gebeurde hier en wat heeft de groep nu nodig?”
- “Deze leerling hoeft dit niet alleen op te lossen.”
- “We komen hier later op terug.”
Vooral die laatste zin is belangrijk. Leerlingen merken snel of een volwassene iets alleen op het moment zelf afremt of werkelijk blijft volgen wat er daarna gebeurt.
Een docent hoeft niet ieder signaal direct volledig te kunnen verklaren. Wel kan de docent laten zien dat gedrag wordt gezien, dat grenzen ertoe doen en dat het gesprek wordt voortgezet.
Het gaat daarbij niet om de schuld van individuele docenten. Zij werken vaak onder grote tijdsdruk en moeten voortdurend veel tegelijk zien en doen. Sociale veiligheid vraagt daarom niet alleen iets van één leerkracht, maar ook van het team en de schoolorganisatie.
De groep leren kijken
Gesprekken over respect hoeven niet pas plaats te vinden nadat er iets ernstigs is gebeurd. Een klas kan regelmatig oefenen met het bekijken van alledaagse situaties.
Bijvoorbeeld:
Een leerling geeft een verkeerd antwoord en een paar klasgenoten lachen.
- Wat gebeurt hier?
- Waarom lachen mensen misschien mee?
- Hoe kan de leerling voor de klas dit ervaren?
- Wat kun je doen als je zelf moet lachen?
- Hoe kan de docent reageren?
- Wat zou helpen om de situatie te herstellen?
Of:
In een groepsapp wordt een bewerkte foto van een klasgenoot geplaatst. Een leerling heeft de afbeelding niet gemaakt, maar stuurt deze wel door.
- Wie heeft in deze situatie invloed?
- Is alleen de maker verantwoordelijk?
- Wat doet doorsturen met het bereik en de schade?
- Wat kan iemand doen die de foto ontvangt?
- Hoe kan de groep laten zien dat dit niet normaal is?
Door situaties vanuit verschillende posities te bekijken, leren leerlingen dat sociaal gedrag zelden uit één handeling of één persoon bestaat.
Ze ontdekken ook dat zij meer invloed hebben dan ze soms denken.
Herstellen na respectloos gedrag
Wanneer gedrag iemand heeft geraakt, is alleen zeggen dat het niet meer mag vaak onvoldoende. Er moet ook worden gekeken wat nodig is om de veiligheid en het vertrouwen te herstellen.
Herstel kan bestaan uit:
- erkennen wat er is gebeurd;
- luisteren naar de gevolgen zonder daar direct tegenin te gaan;
- een kwetsend bericht verwijderen;
- zorgen dat gedeelde beelden niet verder worden verspreid;
- iets rechtzetten tegenover de groep;
- ruimte geven aan de leerling die afstand nodig heeft;
- nieuwe afspraken maken;
- ander gedrag oefenen;
- later opnieuw vragen hoe het gaat.
Een verontschuldiging kan daarbij passen, maar moet geen snelle manier worden om de gebeurtenis af te sluiten.
“Sorry” krijgt pas betekenis wanneer een leerling begrijpt waarvoor hij sorry zegt en in zijn gedrag laat zien dat hij rekening wil houden met de ander.
De leerling die is gekwetst hoeft niet onmiddellijk te vergeven of weer samen te willen werken. Herstel moet ook voor deze leerling veilig en passend zijn.
Niet beschuldigen, wel duidelijk zijn
Een gesprek over respectloos gedrag hoeft geen rechtszaak te worden waarin zo snel mogelijk een schuldige moet worden aangewezen.
Tegelijk mag duidelijkheid niet verdwijnen uit angst om een kind te beschuldigen.
We kunnen zeggen:
“Jij bent geen slecht kind. Maar wat je hier deed, was niet respectvol en heeft iemand pijn gedaan. Daar gaan we samen naar kijken en je bent verantwoordelijk voor wat jij nu kunt doen.”
In zo’n reactie komen drie dingen samen:
- het kind wordt niet afgeschreven;
- het gedrag wordt duidelijk begrensd;
- de verantwoordelijkheid wordt niet weggenomen.
Dat is wezenlijk anders dan het gedrag goedpraten vanuit een mogelijke oorzaak. Een kind kan boos, bang, impulsief of onder druk van de groep zijn en toch moeten leren dat het een ander niet mag vernederen of buitensluiten.
Respect is een vaardigheid
We spreken vaak over respect alsof een leerling het wel of niet bezit. Maar respectvol handelen bestaat uit vaardigheden die geleerd en geoefend kunnen worden.
Daar horen onder andere bij:
- luisteren zonder direct te oordelen;
- verschil verdragen;
- rekening houden met grenzen;
- emoties herkennen;
- nadenken voordat je reageert;
- je eigen aandeel durven bekijken;
- een fout kunnen erkennen;
- iets kunnen herstellen;
- weerstand bieden aan groepsdruk;
- opkomen voor iemand zonder jezelf onnodig in gevaar te brengen;
- hulp vragen wanneer je een situatie niet zelf kunt oplossen.
Een poster of schoolregel kan leerlingen herinneren aan deze waarden. Maar vaardigheden ontstaan vooral wanneer kinderen mogen oefenen, fouten mogen onderzoeken en begeleiding krijgen bij het maken van andere keuzes.
Respect moet daarom niet alleen worden gevraagd. Het moet worden voorgedaan, besproken en geoefend.
Met andere ogen naar gedrag kijken
Wanneer een leerling respectloos gedrag laat zien, kunnen we ons afvragen:
Hoe krijgen we dit gedrag zo snel mogelijk weg?
Maar we kunnen daarnaast een tweede vraag stellen:
Wat moet deze leerling nog leren om een volgende keer anders te kunnen handelen?
Die vraag verandert de grens niet. Respectloos gedrag blijft respectloos gedrag. Maar de vraag helpt ons wel om verder te kijken dan alleen de overtreding.
Misschien moet een leerling leren om teleurstelling te verdragen. Misschien merkt hij signalen van de ander onvoldoende op. Misschien volgt hij de groep zonder na te denken. Misschien weet hij niet hoe hij aandacht kan krijgen zonder een ander kleiner te maken.
Dat zijn mogelijkheden die zorgvuldig onderzocht moeten worden, geen labels die vooraf op een kind kunnen worden geplakt.
Door open te blijven kijken, kunnen we achterhalen welke begeleiding werkelijk nodig is.
Werken met verhalen en herkenbare situaties
Verhalen, vertelplaten, filmpjes en rollenspellen kunnen leerlingen helpen om respectloos gedrag van enige afstand te onderzoeken.
In plaats van direct te vragen: “Wie doet dit in onze klas?”, kunnen leerlingen eerst kijken naar een fictieve situatie:
- Wat zie je gebeuren?
- Wie heeft invloed op het verloop?
- Wat zou ieder personage kunnen voelen?
- Welke reactie maakt de situatie erger?
- Welke reactie remt het gedrag af?
- Wat zou jij doen als je erbij stond?
- Wat zou jij nodig hebben als jij deze leerling was?
- Welke reactie draagt bij aan een groep waarin iedereen zich veilig voelt?
Materialen zoals het vertelverhaal Drie vormen van respect en verhalen van Beertje Anders kunnen daarbij een veilige ingang bieden. Leerlingen kunnen zich verplaatsen in verschillende personages zonder dat één kind uit de groep onmiddellijk centraal komt te staan.
Zo oefenen zij niet alleen met het geven van het goede antwoord. Ze leren werkelijk kijken, afwegen en zich verplaatsen in de ervaring van een ander.
Eerder handelen voorkomt niet alles, maar maakt wel verschil
Ook in een klas waarin veel aandacht is voor respect kan een conflict ontstaan of pestgedrag voorkomen. Sociale veiligheid is geen toestand die na één les of project definitief is bereikt.
Het is iets waaraan een groep voortdurend bouwt.
Door respectloos gedrag vroeg te zien en te bespreken:
- worden grenzen duidelijker;
- leren leerlingen de gevolgen van hun gedrag herkennen;
- krijgt de groep taal om situaties te benoemen;
- durven leerlingen eerder hulp te vragen;
- kunnen kleine patronen eerder worden doorbroken;
- wordt herstel een normaal onderdeel van samenleven;
- hoeft een situatie niet eerst ernstig te worden voordat zij aandacht krijgt.
Het doel is niet een klas waarin nooit iets misgaat. Het doel is een klas waarin gedrag mag worden onderzocht, grenzen serieus worden genomen en fouten aanleiding kunnen zijn om iets te leren en te herstellen.
Van respectloos gedrag naar pesten
Wanneer respectloos gedrag zich herhaalt, steeds op dezelfde leerling is gericht en wordt versterkt door een verschil in macht of door reacties uit de groep, kan een pestpatroon ontstaan.
Dan is alleen een algemeen gesprek over respect niet meer voldoende. Het pestgedrag moet doelgericht worden gestopt, de leerling die wordt gepest moet worden beschermd en de situatie moet langere tijd worden gevolgd.
Op de pagina Pestkop of leerling die pest? Waarom kinderen pesten en wat helpt lees je hoe een school het gedrag duidelijk kan begrenzen zonder een leerling blijvend vast te zetten in de rol van pestkop.
Materialen over respect en gedrag
Bij gesprekken over respectloos gedrag kunnen onder andere worden ingezet:
- het vertelverhaal Drie vormen van respect;
- verhalen, filmpjes en materialen van Beertje Anders;
- posters over respect en sociale veiligheid;
- gesprekskaarten over gedrag, gevoelens en grenzen;
- werkvormen over groepsdruk en de rol van omstanders;
- materialen over online gedrag en digitale omgangsvormen.
Gebruik een materiaal niet alleen om te vertellen wat leerlingen wel en niet mogen doen. Laat het vooral vragen oproepen en nodig leerlingen uit om vanuit verschillende kanten naar de situatie te kijken.
Verder lezen over respect en gedrag
→ Respect & omgangsvormen
→ Wat is respect?
→ Waarom is respect belangrijk?
→ Voorbeelden van respect in de klas
→ Vragen over respect voor in de klas
→ Omgangsvormen in de klas
→ Pestkop of leerling die pest?
We hoeven niet te wachten tot respectloos gedrag de naam pesten krijgt. Door eerder te kijken, vragen te stellen en herstel mogelijk te maken, leren leerlingen niet alleen welk gedrag niet wordt toegestaan. Ze leren ook hoe zij zelf kunnen bijdragen aan een groep waarin mensen worden gezien, grenzen ertoe doen en respect iedere dag opnieuw vorm krijgt.