Pestkop of leerling die pest?

Waarom kinderen pesten en wat helpt

Wanneer een leerling een ander herhaaldelijk kleineert, buitensluit, bedreigt of pijn doet, moet dat gedrag worden gestopt. De leerling die wordt gepest heeft recht op bescherming en veiligheid.

Maar betekent dit ook dat het andere kind voortaan een pestkop is?

Woorden als pester en pestkop worden gemakkelijk gebruikt om duidelijk te maken wie welk gedrag vertoont. Tegelijk kunnen zulke woorden een kind vastzetten in een rol. Het gedrag wordt dan niet langer iets wat een leerling doet, maar lijkt iets te worden wat de leerling is.

Dat verschil is belangrijk.

Een kind is niet zijn gedrag. Een kind is wel verantwoordelijk voor zijn gedrag en kan leren om het te veranderen.

Door eerst goed naar het gedrag en de gevolgen ervan te kijken, ontstaat ruimte voor bewustwording, verantwoordelijkheid en herstel. Zonder het pestgedrag goed te praten en zonder een leerling af te schrijven.

Een kind is meer dan het gedrag dat je ziet

Een leerling kan pesten en daarnaast behulpzaam, onzeker, grappig, zorgzaam, boos, bang of loyaal zijn. Kinderen bestaan, net als volwassenen, uit veel verschillende kanten.

Wanneer een kind steeds als de pestkop wordt aangesproken, kan die aanduiding onderdeel worden van zijn plaats binnen de groep. Klasgenoten verwachten het gedrag, volwassenen bekijken nieuwe situaties door dezelfde bril en het kind kan zelf gaan geloven dat veranderen toch geen zin meer heeft.

Daarmee verdwijnt het gedrag niet. De rol wordt juist steviger.

Daarom kunnen we beter zeggen:

  • “Je sluit iemand buiten.”
  • “Je stuurt berichten die een ander pijn doen.”
  • “Je blijft doorgaan terwijl de ander wil dat je stopt.”
  • “Dit gedrag is niet veilig en moet stoppen.”

Zo wordt concreet benoemd wat er gebeurt, zonder te zeggen dat het kind als mens verkeerd of slecht is.

Eén boodschap, verschillende manieren

Niet iedere school wil op dezelfde manier aandacht besteden aan pesten.
Daarom kunnen de materialen afzonderlijk worden gebruikt of met elkaar worden gecombineerd.

Zichtbaar maken
Gebruik posters om de boodschap in de klas en school terug te laten komen.

Samen uitdragen
Gebruik buttons of polsbandjes om leerlingen en medewerkers samen te laten zien waar de school voor staat.

Actief ontdekken
Laat leerlingen met de speurtocht nadenken en praten over pesten en hun eigen rol.

Schoolbreed beleven
Maak met de musical van Stop pesten een gezamenlijk project.

Zo kan een kleine activiteit uitgroeien tot een aanpak waarbij leerlingen op verschillende manieren met dezelfde boodschap in aanraking komen.

Stop pesten is meer dan een slogan

Alleen zeggen dat pesten moet stoppen is natuurlijk niet genoeg.

Leerlingen moeten ook ontdekken wat zij zelf kunnen doen.

Wat doe je wanneer je ziet dat iemand wordt buitengesloten?
Wat kun je doen als iemand wordt gepest?
Wanneer haal je hulp?
Wat betekent het om niet mee te lachen of mee te doen?
En hoe zorgen we er samen voor dat iedereen erbij hoort?

Juist door de boodschap Stop pesten te combineren met gesprekken en activiteiten krijgt zij betekenis.

Wil je deze onderwerpen verder onderzoeken en ermee oefenen in de klas?

→ Bekijk Lesmateriaal & werkvormen tegen pesten

Begrenzen zonder een kind af te schrijven

Niet labelen betekent niet dat we voorzichtig om het pestgedrag heen moeten lopen. Een leerling die pest heeft juist volwassenen nodig die duidelijk zijn.

Dat betekent:

  • het gedrag onmiddellijk begrenzen;
  • de leerling die wordt gepest beschermen;
  • onderzoeken wat er precies is gebeurd;
  • zichtbaar maken wat het gedrag met de ander en de groep doet;
  • verantwoordelijkheid laten nemen;
  • ander gedrag aanleren en oefenen;
  • afspraken maken en deze blijven volgen.

Begrip voor een kind is iets anders dan goedkeuring van zijn gedrag.

Een mogelijke achtergrond mag nooit worden gebruikt als excuus om pesten te laten voortduren. Tegelijk is alleen straffen meestal niet voldoende om gedrag blijvend te veranderen. Een straf kan duidelijk maken dat een grens is overschreden, maar leert een kind nog niet automatisch hoe het een volgende keer anders kan handelen.

Eerst kijken, dan verklaren

Wanneer een leerling pest, zoeken volwassenen begrijpelijkerwijs naar een oorzaak. Misschien is het kind onzeker. Misschien wil het populair zijn, macht ervaren of bij een groep horen. Misschien wordt het thuis of ergens anders zelf onder druk gezet. Misschien heeft het onvoldoende geleerd om rekening te houden met de grenzen van een ander.

Dat zijn mogelijke verklaringen, maar we weten niet automatisch welke verklaring bij een leerling past.

Als we te snel invullen waarom een kind pest, bestaat het risico dat we vooral onze eigen theorie onderzoeken. We luisteren dan minder goed naar wat het kind zelf vertelt en kunnen belangrijke informatie missen.

Het is daarom beter om eerst zorgvuldig te kijken:

  • Welk gedrag zien we werkelijk?
  • Wanneer en waar gebeurt het?
  • Is er sprake van herhaling of een patroon?
  • Wie zijn erbij betrokken?
  • Hoe reageert de groep?
  • Wat levert het gedrag de leerling op?
  • Wat is het gevolg voor de leerling die ermee te maken krijgt?
  • Stopt het gedrag wanneer de ander een grens aangeeft?
  • Wat gebeurt er nadat een volwassene heeft ingegrepen?

Pas daarna kunnen we voorzichtig onderzoeken wat aan het gedrag bijdraagt.

Volgens het Nederlands Jeugdinstituut kunnen kinderen en jongeren om verschillende redenen pesten. Sociale positie, groepsreacties, plezier beleven aan het gedrag of zelf worden gepest kunnen een rol spelen. Er bestaat dus niet één verklaring die op iedere leerling van toepassing is.

Wanneer wordt respectloos gedrag pesten?

Niet iedere ruzie, botsing of respectloze opmerking is meteen pesten. Kinderen kunnen boos worden, onhandig reageren, een grens overschrijden of elkaar over en weer kwetsen.

Dat maakt het gedrag niet onbelangrijk. Ook een eenmalige vernedering of kwetsende opmerking vraagt om aandacht. Maar om goed te kunnen handelen, moeten we wel blijven kijken naar wat er werkelijk gebeurt.

Bij pesten zien we meestal meerdere kenmerken samen:

  • het gedrag gebeurt herhaaldelijk of vormt een patroon;
  • er is sprake van een verschil in macht of invloed;
  • de leerling die wordt gepest kan zich moeilijk verdedigen;
  • het gedrag veroorzaakt angst, verdriet, uitsluiting of onveiligheid;
  • de groep versterkt het gedrag door mee te doen, te lachen, te delen of te zwijgen.

Door niet ieder incident onmiddellijk hetzelfde etiket te geven, kunnen volwassenen gerichter reageren. Tegelijk voorkomen we dat respectloos gedrag wordt genegeerd totdat het is uitgegroeid tot structureel pesten.

Pesten ontstaat niet los van de groep

Pesten is zelden uitsluitend een zaak tussen twee leerlingen. Klasgenoten kunnen meelachen, berichten doorsturen, zwijgen, wegkijken, steun geven of hulp halen. Iedere reactie heeft invloed op wat er daarna gebeurt.

Een leerling kan door pestgedrag aandacht, invloed of een sterkere positie in de groep krijgen. Wanneer anderen lachen of meedoen, wordt het gedrag beloond. Wanneer niemand reageert, kan het lijken alsof de groep het accepteert.

Daarom is het onvoldoende om alleen met de leerling die pest te spreken. Ook de groep heeft begeleiding nodig.

Vragen die daarbij kunnen helpen zijn:

  • Wat gebeurt er in onze groep wanneer iemand wordt buitengesloten?
  • Wanneer wordt een grap niet meer grappig?
  • Waarom lachen mensen soms mee terwijl zij het eigenlijk niet leuk vinden?
  • Hoe kun je laten merken dat je niet achter het gedrag staat?
  • Wat kun je veilig doen wanneer je ziet dat iemand wordt gepest?
  • Bij welke volwassene kun je terecht?

De verantwoordelijkheid voor het oplossen van pesten mag daarbij nooit bij de leerling die wordt gepest worden gelegd. Volwassenen blijven verantwoordelijk voor het herstellen en bewaken van de veiligheid.

Wat heeft een leerling die pest nodig?

Een leerling die pest heeft in de eerste plaats een heldere grens nodig: dit gedrag is niet toegestaan en moet stoppen.

Daarnaast heeft de leerling begeleiding nodig om te begrijpen wat er gebeurde en wat een andere keuze had kunnen zijn.

Dat vraagt om meer dan de vraag: “Waarom deed je dat?” Veel kinderen weten daar op het moment zelf geen antwoord op. Sommige leerlingen geven het antwoord waarvan zij denken dat de volwassene het wil horen.

Concrete vragen werken vaak beter:

  • Vertel eens wat er gebeurde.
  • Wat deed of zei jij?
  • Wie waren erbij?
  • Wat deden de anderen?
  • Wanneer zag je dat de ander dit niet prettig vond?
  • Wat denk je dat jouw gedrag met de ander deed?
  • Wat gebeurde er in de groep?
  • Welke andere keuze had je kunnen maken?
  • Wat heb je nodig om die keuze de volgende keer ook echt te maken?
  • Wat kun jij doen om de ontstane schade te herstellen?

Het doel is niet alleen dat een leerling zegt dat het hem spijt. Het doel is dat hij leert zien wat zijn gedrag veroorzaakt, verantwoordelijkheid neemt en nieuw gedrag gaat oefenen.

Herstel is meer dan sorry zeggen

Een afgedwongen verontschuldiging kan een gesprek snel afsluiten, maar hoeft nog geen werkelijk herstel te betekenen.

Herstel kan bijvoorbeeld bestaan uit:

  • kwetsende berichten verwijderen en niet verder verspreiden;
  • stoppen met buitensluiten;
  • gemaakte afspraken zichtbaar naleven;
  • iets rechtzetten binnen de groep;
  • afstand houden wanneer de andere leerling dat nodig heeft;
  • oefenen met reageren op boosheid, afwijzing of groepsdruk;
  • gedurende langere tijd laten zien dat het gedrag verandert.

De leerling die wordt gepest hoeft een excuus niet direct te aanvaarden. Ook hoeft deze leerling niet verplicht met de leerling die pest in gesprek. Eerst moet worden gekeken of zo’n gesprek veilig en helpend is.

Herstel vraagt bovendien om opvolging. Niet één gesprek, maar regelmatig nagaan of het gedrag werkelijk is gestopt en of de betrokken leerling zich weer veilig voelt.

Wat helpt meestal niet?

Bij pestgedrag willen volwassenen soms snel en krachtig optreden. Toch kunnen sommige reacties onbedoeld averechts werken.

Wees voorzichtig met:

  • een leerling publiekelijk als pestkop aanwijzen;
  • vernederen of buitensluiten als straf;
  • alleen een straf geven en daarna aannemen dat het is opgelost;
  • de betrokken leerlingen direct tegenover elkaar zetten;
  • de leerling die wordt gepest medeverantwoordelijk maken voor de oplossing;
  • uitsluitend zoeken naar wat er “mis” is met het kind dat pest;
  • mogelijke oorzaken presenteren alsof ze al vaststaan;
  • de invloed van omstanders en de groep vergeten;
  • stoppen met volgen zodra het zichtbaar rustig wordt.

Een leerling aanspreken op pestgedrag is noodzakelijk. Een leerling vastzetten in een negatieve identiteit helpt de veiligheid en de gedragsverandering meestal niet.

Ook Stop Pesten Nu benadrukt dat maatregelen het gedrag moeten begrenzen zonder een kind te vernederen of toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden af te sluiten.

Als je eigen kind een ander pest

Voor ouders kan het pijnlijk of moeilijk zijn om te horen dat hun kind pest. De eerste reactie kan ongeloof, schaamte, boosheid of verdediging zijn.

Toch heeft een kind juist nu een ouder nodig die het gedrag serieus neemt én bereid is te luisteren.

Wat kun je als ouder doen?

  • Blijf rustig en vraag wat er volgens je kind is gebeurd.
  • Maak duidelijk dat pestgedrag niet wordt geaccepteerd.
  • Bespreek concreet welk gedrag moet stoppen.
  • Vraag wat het gedrag met de andere leerling kan hebben gedaan.
  • Onderzoek samen welke situaties lastig zijn.
  • Denk na over ander gedrag dat je kind kan oefenen.
  • Werk samen met school en maak duidelijke afspraken.
  • Vraag niet alleen of er opnieuw iets is gebeurd, maar ook wat al beter gaat.
  • Blijf betrokken totdat duidelijk is dat de situatie veilig is.

Probeer je kind niet uitsluitend te verdedigen, maar schrijf het ook niet af. Het gedrag moet veranderen en juist daarbij heeft een kind steun, begrenzing en begeleiding nodig.

Kijken door de ogen van ‘de gemene pester’

Verhalen, spel, muziek en verbeelding kunnen kinderen helpen om naar gedrag te kijken zonder dat één leerling in de klas rechtstreeks wordt aangewezen.

Het stukje, het liedje en het masker Ik ben de gemene pester van Beertje Anders kunnen daarvoor een bijzondere ingang vormen. Een kind kan tijdelijk in de huid van een personage kruipen en daarna weer uit die rol stappen.

Dat maakt vragen mogelijk als:

  • Wat doet deze figuur?
  • Wat zegt hij tegen anderen?
  • Wat merkt hij wel en wat merkt hij nog niet?
  • Hoe reageren de andere personages?
  • Wat doet zijn gedrag met hen?
  • Wanneer had hij een andere keuze kunnen maken?
  • Wat zou hem kunnen helpen om te stoppen?
  • Hoe kan hij iets herstellen?
  • Wie zou hij kunnen zijn als hij het masker weer afzet?

Juist dat laatste is belangrijk. Het masker verbeeldt gedrag en een tijdelijke rol, niet de volledige identiteit van een kind.

Het biedt de mogelijkheid om pestgedrag zichtbaar en bespreekbaar te maken, terwijl leerlingen tegelijk ontdekken dat mensen andere keuzes kunnen leren maken.

Van pestkop naar verantwoordelijkheid

Het woord pestkop lijkt duidelijk, maar vertelt uiteindelijk weinig over wat er werkelijk gebeurt en wat nodig is om het te veranderen.

Wanneer we spreken over een leerling die pest, blijft het gedrag ernstig. De grens blijft staan. De veiligheid van de andere leerling blijft vooropstaan. Maar er blijft ook ruimte voor ontwikkeling.

Daar begint een andere manier van kijken:

niet: Wie is hier de pestkop?

maar:

  • Welk gedrag zien we?
  • Wie ondervindt daarvan schade?
  • Wat houdt het gedrag in stand?
  • Wat moet onmiddellijk stoppen?
  • Wat moet worden geleerd?
  • Hoe herstellen we de veiligheid?
  • Wie blijft volgen of de verandering standhoudt?

Zo spreken we leerlingen aan op hun verantwoordelijkheid zonder hen voor altijd met hun slechtste gedrag te vereenzelvigen.

Materialen om pestgedrag bespreekbaar te maken

Bij dit onderwerp kunnen onder andere worden ingezet:

  • de poster Pestkop;
  • de posterset Pesten aanpakken;
  • het stukje, liedje en masker Ik ben de gemene pester van Beertje Anders;
  • gesprekskaarten en werkvormen over pesten;
  • materialen over omstanders, groepsgedrag en sociale veiligheid.

De materialen kunnen helpen om gedrag van enige afstand te bekijken. Gebruik ze als begin van een gesprek en niet als middel om een leerling in de klas aan te wijzen.

Een veilige school beschermt de leerling die wordt gepest, stopt het pestgedrag én helpt de leerling die pest om verantwoordelijkheid te nemen en ander gedrag te ontwikkelen. Niet door minder duidelijk te zijn, maar door nauwkeuriger te kijken.