Voorafgaand aan de Gouden Weken

Een veilige groepscultuur begint al vóór de eerste schooldag

Veel scholen bereiden de start van het schooljaar zorgvuldig voor. Informatie wordt overgedragen, lokalen worden ingericht, roosters gemaakt en programma’s voor de eerste schooldagen samengesteld.

Zodra de leerlingen samenkomen, beginnen de Gouden Weken. Leerlingen maken kennis, zoeken hun plek en ontdekken hoe de nieuwe groep werkt.

Maar misschien begint de voorbereiding op dat proces al eerder.

Niet omdat er vóór de eerste schooldag al een groep gevormd kan worden. Die ontstaat pas wanneer leerlingen elkaar ontmoeten en samen ervaringen opdoen.

Wel omdat leerlingen en leerkrachten die eerste ontmoeting niet zonder verwachtingen binnenstappen.

Iedereen neemt iets mee: nieuwsgierigheid, eerdere ervaringen, vragen en soms onzekerheid. De periode vóór de eerste schooldag biedt daarom een interessante mogelijkheid.

Niet om het groepsproces alvast te regelen, maar om de omstandigheden waaronder het begint bewust voor te bereiden.

Wat andere organisaties ons laten zien

Organisaties besteden steeds vaker aandacht aan de ontvangst van nieuwe medewerkers. Een nieuwe collega krijgt vooraf informatie, maakt soms al kennis met het team en weet bij wie hij of zij terechtkan.

Dat gebeurt niet alleen uit vriendelijkheid.

Een goede ontvangst maakt een nieuwe omgeving minder onbekend. Mensen hoeven minder energie te besteden aan praktische vragen en het zoeken naar hun plaats. Daardoor ontstaat eerder ruimte voor contact, betrokkenheid en samenwerking.

Een school is natuurlijk geen bedrijf en een leerling geen werknemer. Toch is het principe achter zo’n ontvangst interessant.

Nieuwe medewerkers vragen zich af:

  • Wat wordt er van mij verwacht?
  • Bij wie kan ik terecht?
  • Hoe gaan mensen hier met elkaar om?
  • Zal ik mij hier thuis voelen?

Leerlingen beginnen een nieuw schooljaar vaak met vergelijkbare vragen:

  • Hoor ik erbij?
  • Vind ik aansluiting?
  • Mag ik mezelf zijn?
  • Wie kan ik vertrouwen?
  • Hoe gaat het hier?
  • Wat wordt er van mij verwacht?

Dat roept een verfrissende vraag op:

Als organisaties zoveel aandacht besteden aan de eerste ervaring van een nieuwe collega, wat kan een school dan al vóór de eerste schooldag betekenen voor leerlingen?

De eerste verbinding

Een leerling hoeft niet te wachten tot de eerste schooldag om te merken dat er op hem of haar wordt gerekend.

Een kaartje, een korte welkomstmail, een kennismakingsmoment of een filmpje van de nieuwe leerkracht of mentor kan de eerste ontmoeting iets minder onbekend maken.

Voor een leerling die al jaren op dezelfde school zit, is zo’n contact misschien vooral leuk. Voor een leerling die overstapt, zonder vertrouwde klasgenoten begint of veel spanning ervaart bij veranderingen, kan het meer betekenen.

De vorm is niet het belangrijkste.

Het gaat om het signaal dat eraan voorafgaat:

We weten dat je komt. We hebben aan je gedacht. Er is een plek voor jou.

Wij noemen dat de eerste verbinding.

Het is nog geen groepsvorming. Het is een eerste contact waarop tijdens de Gouden Weken kan worden voortgebouwd.

Kijken voordat de groep begint

Voorafgaand aan het nieuwe schooljaar vindt meestal een overdracht plaats. Daarbij gaat het vaak over leerontwikkeling, ondersteuning en bijzonderheden. Die informatie kan ook helpen om met aandacht naar de nieuwe groep te kijken.

Wie kent elkaar al?

Wie begint zonder vertrouwde klasgenoten?

Welke vriendschappen, spanningen of eerdere ervaringen spelen mogelijk mee?

Wie heeft eerder moeite gehad om aansluiting te vinden?

Welke talenten, interesses en kwaliteiten nemen leerlingen mee?

Deze informatie vertelt niet hoe de nieuwe groep zal worden. Zij kan wel helpen om vanaf het eerste moment opmerkzamer te kijken.

Daarbij bestaat een belangrijk verschil tussen voorkennis en vooringenomenheid.

Voorkennis helpt om signalen eerder te herkennen en situaties beter te begrijpen. Vooringenomenheid legt al vóór de eerste ontmoeting vast wie een leerling zou zijn.

Een overdracht is daarom geen voorspelling van de nieuwe groepscultuur. Zij biedt context waarmee een ervaren leerkracht of mentor bewuster kan waarnemen.

Iedere leerling neemt een geschiedenis mee.

En iedere leerling verdient tegelijkertijd de ruimte om opnieuw te beginnen.

Ook de leerkracht stapt opnieuw een groep binnen

Niet alleen leerlingen beginnen opnieuw.

Ook een ervaren leerkracht, docent of mentor ontmoet een nieuwe samenstelling van persoonlijkheden, relaties en verwachtingen. Soms is het een volledig nieuwe klas. Soms blijft een groep grotendeels bij elkaar, maar veranderen de verhoudingen door een nieuwe leerkracht, enkele nieuwe leerlingen of ervaringen tijdens de vakantie.

Ook professionals nemen verwachtingen mee. Een eerdere groep, een overdracht of verhalen van collega’s kunnen ongemerkt invloed hebben op de eerste blik.

Dat is niet verkeerd. Ervaring helpt juist om situaties sneller te herkennen.

Interessant wordt het wanneer ervaring en nieuwsgierigheid naast elkaar blijven bestaan:

  • Wat herken ik uit eerdere groepen?
  • Wat is in deze groep werkelijk anders?
  • Welk beeld heb ik vooraf gekregen?
  • Wat zie ik zelf wanneer de leerlingen samenkomen?
  • Wie valt direct op en wie zou gemakkelijk buiten beeld kunnen blijven?

Zo wordt de voorbereiding geen poging om de groep vooraf te doorgronden, maar een uitnodiging om vanaf het begin scherper te kijken.

De eerste ontmoeting bewust voorbereiden

Een warm welkom is meer dan één vriendelijk moment. De hele eerste ervaring vertelt leerlingen iets over de school.

Is duidelijk waar zij moeten zijn?

Weet een nieuwe leerling bij wie hij of zij terechtkan?

Is er een herkenbare plek voorbereid?

Wat gebeurt er wanneer iemand onzeker binnenkomt of alleen blijft staan?

Welke boodschap geven het lokaal, de gang en de ontvangst af?

Vaak zijn het kleine details die bepalen of een omgeving bekend, overzichtelijk en uitnodigend voelt. De naam van een leerling die al ergens zichtbaar is. Een helder programma voor de eerste dag. Een mentor die zich vooraf kort voorstelt. Iemand die een nieuwe leerling bij de ingang opvangt.

Daarbij kan ook worden gekeken naar de samenhang binnen de school. De eerste ontmoeting vindt immers niet alleen plaats in het klaslokaal. Leerlingen ontmoeten ook medewerkers bij de ingang, op het secretariaat, in gangen en op het schoolplein.

Wanneer die verschillende momenten dezelfde boodschap uitdragen, wordt welkom zijn meer dan een tekst op een kaartje.

Dan wordt het een ervaring.

Drie elementen van een bewuste voorbereiding

Voorafgaand aan de Gouden Weken kunnen drie elementen richting geven:

Verbinden

Een eerste contact waardoor de nieuwe omgeving minder onbekend wordt en leerlingen merken dat er op hen wordt gerekend.

Kijken

Beschikbare informatie gebruiken om opmerkzaam te beginnen, zonder leerlingen vooraf vast te leggen in een rol of verwachting.

Voorbereiden

Bewust nadenken over de eerste ervaring: de ontvangst, de omgeving, de duidelijkheid en de manier waarop leerlingen hun nieuwe leerkracht, mentor en school ontmoeten.

Deze drie elementen vormen geen nieuwe methode en ook geen extra programma dat scholen moeten uitvoeren.

Ze bieden vooral een andere blik op een periode die vaak voornamelijk praktisch wordt ingevuld.

Van eerste verbinding naar groepsvorming

Voor de eerste schooldag bestaat de nieuwe groep nog niet werkelijk.

Leerlingen hebben nog niet samen ontdekt:

  • wie initiatief neemt;
  • wie afwacht;
  • welk gedrag aandacht krijgt;
  • hoe er wordt gereageerd op verschillen;
  • wat wel en niet wordt geaccepteerd;
  • en welke geschreven en ongeschreven regels zullen ontstaan.

Dat proces begint tijdens de Gouden Weken.

De periode daarvoor kan de uitkomst niet bepalen. Zij kan wel invloed hebben op de omstandigheden waaronder leerlingen elkaar ontmoeten.

Een leerling die iets minder onzeker binnenkomt, heeft mogelijk meer ruimte om contact te maken. Een leerkracht die met aandacht naar de samenstelling kijkt, kan eerder zien wat er in de groep gebeurt. Een school die de ontvangst bewust voorbereidt, geeft vanaf het begin een herkenbaar signaal van betrokkenheid en duidelijkheid.

Zo vormt de eerste verbinding geen vervanging van groepsvorming.

Zij vormt de aanloop ernaartoe.

Vragen die vooraf richting kunnen geven

Iedere school en iedere groep vraagt om een andere voorbereiding. Deze vragen kunnen helpen om met een frisse blik naar de periode vóór de eerste schooldag te kijken:

  • Welke vragen zouden onze leerlingen vóór hun eerste schooldag kunnen hebben?
  • Wat kunnen we vooraf al iets minder onbekend maken?
  • Welke informatie helpt ons om vanaf het begin zorgvuldig te kijken?
  • Welke bestaande beelden willen we niet automatisch meenemen?
  • Hoe ervaren nieuwe leerlingen de eerste kennismaking met onze school?
  • Wat vertelt de omgeving voordat iemand iets heeft gezegd?
  • Waar en bij wie ontstaat voor leerlingen de eerste verbinding?

Het gaat daarbij niet om een perfecte start.

Het gaat om het besef dat de eerste ervaring al begint voordat de eerste les is gegeven.

De stap naar de Gouden Weken

Zodra leerlingen samenkomen, begint het echte bouwen.

Tijdens de Gouden Weken leren leerlingen elkaar kennen, bouwen zij aan vertrouwen en maken zij afspraken over hoe zij met elkaar willen omgaan. Tegelijkertijd ontstaan de eerste ongeschreven regels van de groep.

De Gouden Weken staan daardoor niet los van de periode ervoor.

De eerste verbinding maakt de eerste ontmoeting minder onbekend. De overdracht helpt de leerkracht om zorgvuldig te kijken. Een bewuste ontvangst geeft leerlingen vanaf het begin een gevoel van duidelijkheid en betrokkenheid.

Daarop kan tijdens de Gouden Weken verder worden gebouwd.

Voor de eerste schooldag bestaat de nieuwe groep nog niet. De ervaring waarmee iedere leerling binnenkomt, bestaat wel. En precies daar begint de voorbereiding.