Cyberpesten herkennen

Signalen van cyberpesten herkennen bij leerlingen

Cyberpesten speelt zich vaak af buiten het zicht van leerkrachten en ouders. Kwetsende berichten worden verstuurd via sociale media, groepsapps, online games of andere digitale platforms. Daardoor is cyberpesten niet altijd direct zichtbaar, terwijl de gevolgen voor een leerling groot kunnen zijn.

Veel leerlingen schamen zich, zijn bang dat de situatie erger wordt of denken dat volwassenen hen toch niet kunnen helpen. Daarom is het belangrijk om alert te zijn op signalen die kunnen wijzen op cyberpesten.

Waarom vertellen leerlingen het vaak niet?

Leerlingen die worden gepest, vertellen dit niet altijd. Dat geldt ook voor cyberpesten.

Sommige leerlingen zijn bang dat het pesten erger wordt wanneer zij er iets van zeggen. Anderen schamen zich of zijn bang dat hun telefoon wordt afgepakt. Ook komt het voor dat leerlingen denken dat volwassenen niet begrijpen wat er online gebeurt.

Juist daarom is het belangrijk om regelmatig met leerlingen in gesprek te gaan over online gedrag en een veilige sfeer te creëren waarin zij weten dat zij altijd hulp kunnen vragen.

Mogelijke signalen van cyberpesten

Iedere leerling reageert anders, maar onderstaande signalen kunnen aanleiding zijn om verder te kijken.

Een leerling:

  • wil plotseling niet meer op zijn of haar telefoon kijken;
  • wordt zichtbaar gespannen na een melding of bericht;
  • trekt zich terug uit de groep;
  • lijkt verdrietig of prikkelbaar zonder duidelijke reden;
  • slaapt slecht of oogt vermoeid;
  • heeft minder plezier op school;
  • presteert ineens minder goed;
  • wil niet meer deelnemen aan groepsactiviteiten;
  • wordt stil of juist sneller boos;
  • vermijdt bepaalde klasgenoten.

Eén signaal hoeft niet direct te betekenen dat er sprake is van cyberpesten, maar meerdere signalen samen kunnen reden zijn om het gesprek aan te gaan.

Let ook op de groepsdynamiek

Cyberpesten gebeurt zelden tussen twee personen. Vaak spelen ook omstanders een rol.

Let bijvoorbeeld op:

  • leerlingen die steeds om één leerling lachen;
  • groepsapps waar iemand bewust wordt buitengesloten;
  • foto's of filmpjes die snel rondgaan;
  • klasgenoten die niets durven te zeggen uit angst zelf doelwit te worden;
  • een negatieve sfeer rondom één leerling.

Door ook naar de groep te kijken, krijg je vaak een beter beeld van wat er speelt.

Wat kun je als leerkracht doen?

Wanneer je vermoedt dat een leerling online wordt gepest, is het belangrijk om rustig en zonder oordeel het gesprek aan te gaan.

Probeer vooral te luisteren en neem de leerling serieus. Vraag niet alleen wat er is gebeurd, maar ook hoe de leerling zich daarbij voelt en of er screenshots of andere bewijzen zijn.

Maak duidelijk dat de leerling er niet alleen voor staat en bespreek samen welke vervolgstappen nodig zijn.

Cyberpesten bespreekbaar maken

Hoe eerder cyberpesten bespreekbaar wordt, hoe groter de kans dat verdere escalatie wordt voorkomen.

Gebruik bijvoorbeeld:

  • mini-lessen;
  • klassengesprekken;
  • werkvormen;
  • verhalen;
  • posters;
  • de IKFILTEREER-methode.

Door regelmatig aandacht te besteden aan online gedrag leren leerlingen eerder signalen herkennen, voor elkaar op te komen en hulp te vragen wanneer dat nodig is.