Diversiteit in de klas

Ruimte voor verschillen, verbinding in de groep

Iedere klas is divers.

Sommige verschillen zijn direct zichtbaar. Andere verschillen leer je pas kennen wanneer leerlingen zich veilig genoeg voelen om iets van zichzelf te laten zien.

Leerlingen verschillen bijvoorbeeld in:

  • achtergrond en thuissituatie;
  • taal en cultuur;
  • talenten en interesses;
  • karakter en temperament;
  • geloof en levensovertuiging;
  • mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften;
  • identiteit en ervaringen.

Diversiteit betekent niet dat ieder verschil steeds benoemd of besproken moet worden. Het betekent dat er binnen de groep ruimte is voor verschillende manieren van denken, leren, leven en jezelf zijn.

De belangrijke vraag is daarom niet óf een klas divers is.

De vraag is:

Hoe zorgen we ervoor dat iedere leerling binnen die diversiteit kan meedoen en erbij hoort?

Wat betekent diversiteit in de klas?

Diversiteit in de klas betekent dat leerlingen verschillende achtergronden, eigenschappen, ervaringen en perspectieven meebrengen.

Die verschillen kunnen de groep verrijken. Leerlingen ontdekken dat hun eigen manier van denken niet de enige mogelijkheid is en leren rekening houden met mensen die anders naar de wereld kijken.

Tegelijkertijd kunnen verschillen ook onzekerheid, misverstanden of buitensluiting veroorzaken. Vooral wanneer één manier van praten, leren, leven of omgaan met elkaar ongemerkt de norm wordt.

Aandacht voor diversiteit betekent daarom:

  • nieuwsgierig zijn naar verschillen;
  • overeenkomsten blijven zien;
  • leerlingen niet vastzetten in een kenmerk of achtergrond;
  • ruimte bieden om mee te doen;
  • respectvol omgaan met andere perspectieven;
  • alert zijn op buitensluiting en vooroordelen.

Diversiteit en inclusie zijn niet hetzelfde

Diversiteit gaat over de verschillen die binnen een groep aanwezig zijn.

Inclusie gaat over de manier waarop de groep met die verschillen omgaat.

Een klas kan heel divers zijn, terwijl sommige leerlingen zich toch niet gezien of welkom voelen. Inclusie ontstaat pas wanneer leerlingen ervaren dat zij mogen meedoen, serieus worden genomen en niet eerst hetzelfde hoeven te worden als de rest.

Daarom horen diversiteit en inclusie bij elkaar:

Diversiteit is wie er in de klas zitten.
Inclusie is of iedereen werkelijk mee kan doen.

→ Lees meer over Inclusie & erbij horen

Omgaan met diversiteit in de klas

Werken aan diversiteit hoeft geen afzonderlijk project of een bijzondere themaweek te zijn. Het zit vaak in kleine, dagelijkse keuzes.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • verschillende leerlingen aan het woord laten;
  • meerdere manieren bieden om mee te doen;
  • namen en uitspraken zorgvuldig gebruiken;
  • verschillende gezinnen, achtergronden en leefwerelden terug laten komen;
  • verhalen kiezen waarin meerdere perspectieven zichtbaar worden;
  • niet van leerlingen verwachten dat zij namens een hele groep spreken;
  • ruimte geven om iets niet persoonlijk te hoeven delen;
  • reageren wanneer verschillen worden gebruikt om iemand buiten te sluiten.

Veel van deze keuzes maken leerkrachten al vanzelf. Door er af en toe bewust naar te kijken, wordt beter zichtbaar wie gemakkelijk meedoet en voor wie de drempel hoger ligt.

Een veilig gesprek over verschillen

Een gesprek over diversiteit wordt veiliger wanneer leerlingen niet meteen iets persoonlijks hoeven te vertellen.

Begin bijvoorbeeld met:

  • een verhaal;
  • een fictieve situatie;
  • een afbeelding;
  • een herkenbaar dilemma;
  • verschillen en overeenkomsten tussen personages;
  • een vraag over wat een groep nodig heeft.

Zo kunnen leerlingen eerst op enige afstand nadenken. Daarna kunnen zij zelf bepalen of zij iets uit hun eigen leven willen delen.

Vragen die het gesprek kunnen openen:

  • Wanneer voel je dat je bij een groep hoort?
  • Kun je verschillend zijn en toch veel gemeen hebben?
  • Wat helpt wanneer iemand nieuw is in de klas?
  • Hoe merk je dat iemand niet goed mee kan doen?
  • Wat kun jij doen om ruimte te maken voor een ander?
  • Moet iedereen hetzelfde zijn om samen één groep te vormen?

Iedereen hoort erbij

Erbij horen betekent niet dat iedereen hetzelfde is.

Het betekent dat iedere leerling een waardevolle plek binnen de groep heeft en de mogelijkheid krijgt om mee te doen.

Met de werkvorm Iedereen hoort erbij maken leerlingen zichtbaar dat ieder groepslid iets toevoegt. De kring staat symbool voor de groep: wanneer iemand ontbreekt of buiten de kring blijft, is de groep niet compleet.

→ Bekijk Werkvorm: Iedereen hoort erbij

→ Bekijk Schoolproject Iedereen hoort erbij

Verhalen als veilige gespreksstarter

Verhalen helpen leerlingen om zonder directe persoonlijke vragen na te denken over anders zijn, erbij horen en omzien naar elkaar.

De bonte vlinder

Een verhaal over jezelf mogen zijn en ontdekken dat verschillen niet verstopt hoeven te worden.

Een vlinder die iets kleins deed

Een verhaal over verbinding, aandacht en hoe een klein gebaar voor iemand anders veel kan betekenen.

Gebruik een verhaal bijvoorbeeld als start van een klassengesprek, tijdens groepsvorming of wanneer buitensluiting en erbij horen aandacht vragen.

Kijk eens met andere ogen naar de groep

Diversiteit is niet alleen zichtbaar in afkomst, uiterlijk of taal.

Ook stille verschillen spelen een rol. De ene leerling stapt gemakkelijk op anderen af, terwijl een ander eerst wil observeren. Sommige leerlingen vertellen graag over thuis, terwijl anderen dat liever niet doen. De ene leerling denkt snel hardop en de andere heeft tijd nodig om woorden te vinden.

Vragen die kunnen helpen om met andere ogen naar de groep te kijken:

  • Wie komt gemakkelijk aan het woord?
  • Wie blijft tijdens groepswerk vaak op de achtergrond?
  • Welke leerlingen worden vanzelf gekozen?
  • Herkennen verschillende leerlingen zich in verhalen en voorbeelden?
  • Is er ruimte om op meerdere manieren mee te doen?
  • Mag een leerling zelf bepalen wat die over zichzelf vertelt?

Het doel is niet om alle verschillen op te lossen. Het doel is om te voorkomen dat verschillen bepalen wie wel en niet mee kan doen.

Veelgestelde vragen

Wat is een voorbeeld van diversiteit in de klas?

Diversiteit kan zichtbaar zijn in taal, cultuur, uiterlijk of fysieke mogelijkheden. Zij kan ook minder zichtbaar zijn, zoals karakter, gezinssituatie, geloof, talenten, leerbehoeften, identiteit en levenservaringen.

Hoe kun je omgaan met diversiteit in de klas?

Door nieuwsgierig te blijven, meerdere perspectieven te laten zien, verschillende manieren van deelnemen mogelijk te maken en duidelijk op te treden tegen buitensluiting of kwetsende opmerkingen.

Moet je verschillen altijd klassikaal bespreken?

Nee. Een leerling hoeft een persoonlijke achtergrond, identiteit of ervaring niet uit te leggen. Verhalen en fictieve situaties bieden vaak een veiligere ingang voor een gesprek.

Hoe draagt diversiteit bij aan de groep?

Verschillende ervaringen en perspectieven kunnen leerlingen helpen om breder te kijken, elkaar beter te begrijpen en nieuwe oplossingen te ontdekken. Dat lukt vooral wanneer iedereen voldoende veiligheid en ruimte ervaart om mee te doen.

Verder werken aan diversiteit en inclusie

Jij hoort erbij
Inclusie & erbij horen
Lesmateriaal & werkvormen Inclusie & erbij horen
Culturele diversiteit & samenleven
Zijn wie je bent
Groepsvorming & klassenklimaat
Sociale veiligheid op school

Een diverse klas wordt niet vanzelf een inclusieve klas.

Dat gebeurt wanneer leerlingen ontdekken dat verschillen er mogen zijn, overeenkomsten verbinding geven en iedereen invloed heeft op de ruimte die een ander krijgt.

Iedereen is anders. En iedereen hoort erbij.