Gratis werkvorm – Opkomen voor jezelf
Een eenvoudige oefening om kinderen bewust te maken van hun eigen ruimte en persoonlijke grenzen
Kinderen mogen leren dat zij belangrijk zijn en dat zij een eigen plek hebben. Door op jonge leeftijd stil te staan bij persoonlijke grenzen, leren zij beter herkennen wanneer iets prettig voelt en wanneer niet.
Deze eenvoudige werkvorm helpt kinderen ontdekken dat zij zelf mogen aangeven wat zij wel en niet fijn vinden. De oefening is geschikt voor een klassengesprek over weerbaarheid, respect en het aangeven van grenzen.
Mijn eigen ruimte
Iedereen krijgt bij zijn geboorte zijn eigen plekje in de wereld.
Dat plekje is van jou.
Jouw lichaam heeft die ruimte nodig om te kunnen leven, bewegen en jezelf te zijn.
Ga eens rechtop staan.
Steek je armen op schouderhoogte uit en draai langzaam een rondje.
De ruimte die je nu met je armen maakt, is jouw eigen ruimte.
In die ruimte mag jij jezelf veilig voelen.
Jij bepaalt wie dichtbij mag komen
Soms is het fijn dat iemand in jouw eigen ruimte komt.
Bijvoorbeeld wanneer:
- je vader of moeder je een knuffel geeft;
- een vriend of vriendin een arm om je heen slaat als je verdrietig bent;
- je opa of oma je een dikke knuffel geeft;
- je iemand een high five geeft.
Dat gebeurt omdat jij dat prettig vindt.
Jouw eigen ruimte heeft een grens
De buitenkant van jouw eigen ruimte kun je zien als een grens.
Die grens helpt jou om aan te voelen wat je prettig vindt en wat niet.
Soms vind je het fijn dat iemand dichtbij komt. Soms liever niet.
Dat mag allebei.
Jij bepaalt wie in jouw eigen ruimte mag komen.
Niemand mag zomaar jouw eigen ruimte afpakken of expres iets doen waardoor jij je niet prettig voelt.
Wanneer is het niet prettig?
Bijvoorbeeld wanneer iemand:
- aan je haren trekt;
- iets uit je handen pakt;
- je expres een harde duw of stomp geeft;
- steeds tegen je aan botst;
- je niet met rust laat.
Maar jouw eigen ruimte kan ook worden afgepakt zonder dat iemand je aanraakt.
Bijvoorbeeld wanneer iemand:
- zegt dat je niet mee mag doen;
- je uitscheldt;
- je steeds uitlacht;
- nare berichten naar je stuurt.
Ook dan kan het voelen alsof iemand jouw eigen ruimte niet respecteert.
Wat kun je doen?
Voelt iets niet prettig?
Dan mag je dat zeggen.
Bijvoorbeeld:
"Hou daarmee op. Ik vind dit niet leuk."
Blijft iemand doorgaan?
Vertel het dan aan iemand die je vertrouwt, zoals je meester, juf, ouders of een andere volwassene.
Voor jezelf opkomen is niet gemeen.
Je laat alleen weten waar jouw eigen ruimte begint en waar die voor jou ophoudt.
Praatvragen
- Wanneer vind jij een knuffel fijn?
- Wanneer wil jij liever even alleen zijn?
- Hoe merk je dat iets niet prettig voelt?
- Wat kun je zeggen als iemand jouw grens niet respecteert?
- Bij wie kun jij terecht als je hulp nodig hebt?
Tip voor de leerkracht
Laat alle leerlingen tegelijk de oefening doen door hun armen op schouderhoogte uit te steken en rustig een rondje te draaien. Bespreek daarna dat iedereen een eigen ruimte heeft en dat we die ruimte van elkaar respecteren.
Vraag de leerlingen vervolgens eens om goed om zich heen te kijken. Hoeveel ruimte heeft iedereen eigenlijk? Vaak ontdekken ze dat de ruimte in een klas veel kleiner is dan hun eigen 'rondje' met uitgestrekte armen. Dat is heel normaal. Er zitten nu eenmaal veel kinderen in één lokaal. Je kunt de vergelijking maken met een parkeerplaats: een auto krijgt vaak meer ruimte dan een leerling in een klas. Het is daarom logisch dat leerlingen elkaar soms per ongeluk aanraken of even in elkaars ruimte komen.
Bespreek vervolgens het verschil tussen per ongeluk en expres. Een toevallige aanraking tijdens het lopen, spelen of samenwerken is iets anders dan iemand bewust duwen, aan haren trekken, buitensluiten, uitschelden of doorgaan terwijl de ander heeft aangegeven dat hij of zij wil stoppen. Leg ook uit dat iemands eigen ruimte niet alleen kan worden overschreden door aanraken, maar ook door woorden, buitensluiten of online gedrag.
Zo wordt deze eenvoudige oefening een mooie start voor een gesprek over weerbaarheid, respect, sociale veiligheid en opkomen voor jezelf. Daarnaast is het een eerste grenzenoefening, waarbij kinderen leren hun eigen ruimte te herkennen, hun persoonlijke grenzen te ontdekken en die van anderen te respecteren.