voorkom pesten

De Les: Voorkom pesten

Alle kinderen krijgen weleens met pesten te maken.

Bij pesten is het ene kind altijd sterker dan het andere.
De een heeft meer kracht, een grotere mond of meer invloed op de ander.
Diegene is dus altijd de winnaar, de ander altijd de verliezer.
De verliezer kan zich op den duur niet meer goed verdedigen
tegen al dat geweld van de winnaar.


Pesten kan op allerlei manieren: duwen, trekken, knijpen, slaan of schoppen.
Maar ook: spulletjes verstoppen, tekeningen kapotmaken, gemene dingen zeggen en/of schelden.
Het kunnen heel kleine dingen zijn, die steeds weer opnieuw gebeuren.

 

Pesten is nooit goedbedoeld!
Pesten is niet leuk voor degene die gepest wordt.

Kinderen die gepest worden, hebben veel verdriet.

Ze voelen zich vaak heel ongelukkig.
Ze hebben geen zin om naar school te gaan, omdat het daar ook kan gebeuren.
Ze voelen zich vaak ziek: buikpijn, hoofdpijn en andere klachten.
Ze zijn bang/boos/verdrietig en weten niet goed waarom.
Ze hebben bijna geen vriendjes en vriendinnetjes.
Ze weten niet meer wat ze wel of niet moeten doen, wel of juist niet moeten zeggen.
Ze weten wel dat ze er niet bij horen.

En ze denken vaak: 'Wat kan/moet ik er toch aan doen?'

Pesten, er is altijd wat aan te doen.

Het is erg moeilijk om het pesten te laten stoppen. Vaak durft een gepest kind niets over het pesten tegen de meester of juf te zeggen. Ze zijn bang dat ze dan juist nog meer gepest zullen worden. Maar als de meester of juf het op een goede manier aanpakt, zal hij of zij proberen je te helpen en hoef je niet bang te zijn om het te vertellen. In het begin is het negeren van pestkoppen een sterk wapen tegen pesters. Als het pesten doorgaat kun je niet meer doen alsof het niet bestaat. Je hebt er hulp bij nodig, omdat het je alleen niet lukt. Misschien is er wel een volwassene met wie je erover kunt praten. Hun hulp kun je gebruiken om het pesten te stoppen. Bijvoorbeeld je ouders of je opa of oma. Misschien hebben ze wel een goed idee. Zij hebben ook op school gezeten en ze weten wat er allemaal kan gebeuren.

Met wie zou jij erover kunnen praten?

_____________________________________________________________________________________

Meester of juf kan helpen

De meester of juf kan jou helpen door er in de
klas over te praten of een les voor te bereiden
met als thema 'pesten'. In deze les gaat het
dan niet rechtstreeks over wat er bij jullie in
de klas gebeurt, maar over pesten in het
algemeen.

Sommige leerkrachten zijn daar heel goed in.
Misschien eindigt dit wel met afspraken, waarin staat
hoe jullie goed met elkaar omgaan en elkaar helpen
om pesten te voorkomen.

Belangrijk is dat je in ieder geval laat weten wat er aan de hand is!

Niemand heeft het recht om jou te pesten. Niemand!!!

Als je gepest wordt, is dat nooit je eigen schuld, hoewel je dat misschien wel denkt. Maar je doet misschien wel iets wat pesters aantrekt. Als je bijvoorbeeld op pestgedrag reageert door te huilen, verdrietig of bang weg te lopen of heel kwaad te worden, dan hebben de pesters een reden te meer om je te pesten. Want ze vinden dit 'lollig'. Dit kun je veranderen, maar de pester is verantwoordelijk voor wat hij doet. Hij moet gewoon stoppen.

Pesten moet stoppen.

Zowel pestkoppen als gepesten krijgen vroeg of laat last van het pesten. Ook de kinderen die het pesten zien gebeuren, hebben er last van. De sfeer van een groep waarin gepest wordt, is allesbehalve gezellig. Hoe langer het pesten kans krijgt, hoe slechter de sfeer wordt. Daarom moet het pesten stoppen. Dat is niet gemakkelijk. Het vraagt inspanning van iedereen. De beloning is een groep waar best weleens geplaagd en gelachen mag worden, maar waar je wel graag naartoe gaat. Een groep waar iedereen luistert en respect heeft voor de ander.

 

De tekst hierboven komt uit het werkboekje 'Voorkom pesten'. 

 

Leden kunnen alle digitale lesmaterialen downloaden - meer info