Bla, bla, bla
Een jonge monnik die vastbesloten was in dit leven het nirwana te bereiken, mediteerde op een eenzame plaats op een eiland. Dat eiland lag voor de kust van een beroemd klooster. Toen een bediende van het klooster met zijn roeibootje naar het eiland kwam om de dingen te brengen die de jonge monnik nodig had, gaf de jonge monnik een boodschap mee voor de meester van het klooster: hij vroeg om een penseel en inkt en een stukje perkament. De jonge monnik was drie jaar op het eiland en wilde de meester zijn vorderingen laten weten. Hij mediteerde vervolgens en dacht diep na en schreef het volgende gedicht op het perkament.
Na drie jaren van eenzame meditatie
kunnen de dingen van de wereld
deze ijverige jonge monnik
niet meer raken.
Hij was ervan overtuigd dat de oude wijze meester bij het zien van de prachtig geschilderde tekens zou erkennen dat zijn leerling waarachtig de staat van verlichting had bereikt. Hij rolde het perkament op, bond het dicht met een mooi koord en gaf het mee aan de bediende van het klooster. Hij stelde zich al voor hoe blij de meester zou zijn bij het lezen van zijn gedicht. Hij zag het al ingelijst op een van de muren in het klooster hangen. Misschien zou hij zelfs de volgende meester van het beroemde klooster worden. De week daarop kwam de bediende van het klooster weer en gaf aan de monnik een perkamentrol die er net zo uitzag als de rol die de monnik aan de meester had gestuurd. Er zat alleen een ander koordje om. 'Van de meester', zei de bediende kortaf. Opgewonden rukte de monnik het koord van de rol en ontvouwde het perkament. Toen zijn blik erop viel, werden zijn ogen groot en zijn gezicht asgrauw. Het was zijn eigen perkament. Achter elke regel van het gedicht had de meester 'bla, bla, bla' geschreven.
Dat was te veel voor de jonge monnik!
Niet alleen was de oude meester niet in staat zijn verlichting te erkennen, hij had ook nog het gedicht ontsierd met zijn krakkemikkige handschrift.
De ogen van de monnik vernauwden zich van woede, zijn gezicht werd vuurrood en hij eiste boos dat de dienaar hem onmiddellijk naar de meester zou brengen.
Voor het eerst in drie jaar verliet hij het eiland.
Vol woede kwam hij aan in het klooster, smeet de boekrol op tafel voor de meester neer en eiste een verklaring.
De oude meester nam langzaam het perkament in zijn hand, schraapte zijn keel en las het gedicht hardop voor:
Na drie jaar eenzame meditatie
kunnen de dingen van deze wereld
deze gewetensvolle jonge monnik
niet meer in beweging brengen.
Hij legde het perkament neer, keek naar de jonge monnik en zei: 'Hm …, de dingen van de wereld kunnen jou niet meer raken en toch hebben drie kleine bla-blaatjes je van het eiland verdreven.'
Nadenkertje
Veel mensen overschatten zichzelf, met veel bla, bla, in wat ze werkelijk kunnen. Ware kalmte blijkt niet uit je woorden, maar uit de manier waarop je reageert op de kleine verstoringen in het leven. Voordat je jezelf wijs noemt, kijk eerst hoe je reageert op de allerkleinste verstoringen.
Je ware rust blijkt niet als alles goed gaat, maar wanneer het even tegenzit.