De ezel en de hyena

De zeldzaamheid deed zich voor dat een hyena en een ezel vrienden waren. Zij waren het trouwens al enige jaren. Elke dag kwamen zij elkaar tegen, praatten dan wat en soms een enkele keer gingen zij zelfs samen op jacht. De hyena met zijn gevlekte vacht verborg zich dan onzichtbaar voor de dieren in de struiken en samen met de ezel, die voor ongevaarlijk werd aangezien, maar die heel hard schoppen kon, overmeesterde hij zijn buit.

Toen zij weer eens zo op stap waren en pratend over koetjes en kalfjes naar hun jachtterrein liepen, vroeg de hyena aan de ezel: "Weet jij wel, dat ik eigenlijk doodsbang voor je ben?" "Jij bang voor mij?" De ezel wist niet wat hij hoorde. Juist hijzelf was eigenlijk verschrikkelijk bang voor de hyena, maar dat had hij hem nooit durven zeggen. "Maar waarom zou jij bang voor mij moeten zijn?" vroeg de ezel. "Vanwege je puntige horens, natuurlijk," antwoordde de hyena.Ze zeggen altijd van mij dat ik zo dom ben, dacht de ezel, maar de hyena moet toch nog veel dommer zijn. Want ik heb toch helemaal geen horens! De ezel schoot in de lach.

"Daarom hoef je me nog niet uit te lachen! Ik meen wat ik zeg," zei de hyena ontstemd. "Heus waar?" wilde de ezel nog weten, voordat hij de hyena op zijn vergissing zou wijzen. "Heus waar?" "Echt! Eerlijk!" antwoordde de hyena, die nu op zijn beurt wilde weten waarom de ezel zo geheimzinnig deed. Luid schaterlachend sprak toen de ezel: "Nou, ik had je voor wijzer gehouden! Dit zijn toch geen horens, hier op mijn hoofd! Dit zijn mijn oren, man! Haha!"

"Zijn dat je oren?" riep de hyena stomverwonderd uit. "Alleen maar je oren? Maar dan..." Zonder dralen sprong de hyena op de ezel en beet hem dood.


*Ter overdenking
Ziet men u voor sterker aan, laat de ander in de waan!